Uit LIBER NONUS

Moeilijke geboorte van Hercules

Alcmene praatte met Iole (eens de vrouw van Hercules, nu van zijn zoon Hyllus) over haar ouderdom, over haar eigen lot en over Hercules' wereldwijde beroemdheid. Ze zei: "Hopelijk gaat de tijd voor jou snel als je tijdens de bevalling tot Lucina roept, de beschermgodin tijdens de bange weeën. Voor mij was ze niet vriendelijk omdat Juno zo jaloers was: toen het ogenblik van de geboorte van Hercules naderde, spande mijn huid erg strak. Omdat het kind in mij zo enorm was, kon je makkelijk weten dat het een kind van Jupiter was. Tenslotte kon ik de pijn niet meer verdragen ik voel nog steeds die angst; de herinnering alleen al is pijnlijk als ik je dit vertel. Zeven dagen en nachten duurden mijn folterende barensweeën.

Doodmoe, met smekende handen riep ik Lucina en andere geboortegoden aan. Lucina kwam maar was omgekocht; ze wou mij doden voor Juno's jaloezie. Toen ze dus mijn klagen hoorde, ging ze daar op dat altaar voor de ingang zitten en hield de geboorte tegen door haar vingers ineen te strengelen en haar knieën tegen elkaar te klemmen. Op de koop toe hield ze mijn kind ook tegen door met een fluisterstem formules en toverwoorden te prevelen. Ik vocht terug en schold gek van pijn Jupiter uit voor ondankbare en smeekte om te mogen sterven. Mijn luide klachten hadden een steen kunnen verbrijzelen!

De Thebaanse vrouwen stonden me bij, baden of spraken me in mijn lijden moed in. Ook Galanthis hielp, een van mijn slavinnen; zij was een blond volksmeisje, goed in haar werk en trouw. Ze had al zo'n vaag vermoeden dat Juno tegenwerkte en terwijl ze af en aan liep, zag ze Lucina zitten, op dat altaar voor de deur en riep: 'Wie je ook bent, wees blij voor mijn meesteres, haar kind is geboren!' Geschrokken sprong Lucina op en maakte haar handen los - ikzelf leek bevrijd en baarde!

Galanthis schaterde het uit omdat ze Lucina zo had gefopt, maar werd al schaterend bij haar haren over de grond gesleurd en toen ze weer wou opstaan, werd ze tegengehouden door de woedende Lucina. Galanthis' armen werden pootjes, haar werklust bleef, de vacht op haar rug behield haar vroegere haarkleur maar nu is ze een wezel. Ze baart, omdat haar leugens een kraamvrouw hebben gered, haar jongen door haar bek en zoekt nog steeds ons huis op."