Uit LIBER QUINTUS

Minerva bij de Muzen

Minerva gaat naar de Helicon

Nadat Minerva haar broer Perseus, zoon van een gouden regen, voldoende gesteund had, verliet ze Seriphus. Zij liet de eilanden Gyarus en Cythnus rechts liggen en nam de kortste weg over zee naar Thebe. Minerva kreeg de Helicon, de berg van de muzen, in zicht en eventjes later streek zij er neer. Zij begroette er de muzen, haar zusters, die ook kunstliefhebbers waren, en vroeg hen of ze eens een kijkje mocht gaan nemen bij de nieuwe bron, die door Pegasus' harde paardenhoeven ontstaan was. Minerva had immers het paard uit Medusa's bloed zien geboren worden, vandaar haar belangstelling voor zijn wonderbaarlijk werk.

Toen zei Urania vleiend: "Minerva, wat de reden ook is van je bezoek, het is ons altijd een eer en een plezier je te ontvangen." Daarna begeleidde ze Minerva naar het heilig water. Minerva bewonderde lange tijd de bron en bekeek al die bloeiende planten die rondom de eeuwenoude bomen en grotten hun pracht tentoonspreidden. Minerva prees de muzen zeer gelukkig om hun woonplaats en hun werk.
 

Minerva verneemt hoe de muzen ooit bedreigd werden door Pyreneus

Maar een van de muzenzusters zei: "Minerva, als het lot je niet had voorbestemd om godin te worden, zou je uitstekend passen in ons muzenkoor. Ja, je hebt gelijk, het is terecht dat je ons huis en onze kunsten looft. Inderdaad, wij zijn bevoorrecht, althans zolang we veilig zijn. Helaas kan misdaad overal toeslaan en is er altijd wel iets om angst in te boezemen.

Neem nu die bruut Pyreneus. Telkens als ik aan hem denk, komt zijn gezicht me duidelijk voor de geest en krijg ik huiveringen over mijn ganse lichaam. Die woesteling had met zijn Thrakiërs het gebied van Phocis en Daulis buitgemaakt en voerde daar een schrikbewind.

Toen wij naar de tempel van Delphi reisden, merkte hij ons op en groette eerbiedig, alsof we godinnen waren. Maar de hypocrisie die erachter schuilde, was overduidelijk te zien. Hij had ons zeker herkend want hij riep: 'O dochters van Mnemosyne! Ik bid jullie, kom binnen! Kom nou, aarzel toch niet! Jullie kunnen hier schuilen voor het barre weer; jullie moeten toch geen regen en wind trotseren!'

Door deze vleiende woorden gerustgesteld en aangepord door de barre weersomstandigheden gaven wij toe en betraden z'n huis. Al snel was de bui door de wind verdreven en de donkere wolken waren aan de horizon verdwenen. Wij wilden dus verder reizen, maar Pyreneus had de poorten al gesloten en wilde ons een voor een verkrachten! We deden haastig onze vleugels aan en maakten dat we weg waren. Hij scheen ons te willen volgen, want hij stond op het dak van het paleis en schreeuwde: 'Als jullie kunnen vliegen, dan kan ik dat ook!' In zijn waanzin stortte hij zich van het dak naar beneden met het hoofd omlaag. Daar lag hij dan op de grond: een sterveling met een gekraakte schedel in een plas misdadig bloed."
 

De Piëriden dagen de muzen uit

Plots verstoorden klapperende vleugels hun gesprek. Minerva keek nieuwsgierig in het rond en hoorde een of andere welkomstkreet die uit een van de hoge bomen scheen te komen. Zij dacht aan mensenstemmen, want de geluiden klonken duidelijk verstaanbaar. Maar tot haar verbazing bemerkte ze negen eksters die klaagden over hun lot - een eksterstem kan immers alles nabootsen... De muze beantwoordde de vragende blik van Minerva.

"Zij werden onlangs in vogels veranderd, na een voor hen slecht verlopen wedstrijd. Hun vader Piërus bezat veel grond in de omgeving van Pella en hun moeder Euippe was geboren in Paeonië. Zij had wel negenmaal om Lucina's hulp geroepen en had zo negen dochters gebaard. Eenmaal 'volwassen' trokken die domme zusters, die overigens fier waren op hun aantal, door veel Noord-Griekse steden. Zo kwamen zij helaas ook bij ons langs en die hautaine zusters durfden het aan ons, muzen, uit te dagen, onwetend als ze waren.

'Muzen!', zegden ze, 'Jullie kunnen enkel alle dwaze mensen overtuigen van jullie zogenaamde "hoogstaande muziek", omdat die dommeriken verdorie niet beter weten! Godinnen, verspil jullie tijd voor een keer niet en ga met ons een wedstrijd aan! Want wij moeten voor jullie zeker niet onderdoen, niet in stem, noch in kunst, noch in aantal. Als jullie de wedstrijd verliezen, moeten jullie de bronnen van de Helicon voor altijd verlaten en als jullie ons overtreffen, zullen wij door de vlakte van Emathia trekken in de richting van het sneeuwrijke Paeonië. Eerlijkheidshalve zal de jury uit nimfen bestaan.'

Zo'n wedstrijd voldeed natuurlijk in geen enkel opzicht aan onze waardigheid, maar niet deelnemen zou nog een grotere schande zijn geweest. De nimfen die de jury zouden vormen, zwoeren elk hun eed bij hun rivier en namen vervolgens plaats aan de natuurstenen jurytafel.
 

Een van de Piëriden zingt over Typhoeus

Zonder het lot te laten beslissen over wie de wedstrijd zou inzetten, begon een Piëride te zingen over de godenstrijd. Daarmee bewees ze de giganten een onverdiende eer en schilderde ze de goden af als lafaards. De Piëride vertelde hoe de goden schrokken toen Typhoeus onheilspellend vanuit de aarde opdook, hoe ze op de vlucht sloegen en uitgeput de Nijl in Egypte bereikten.

Maar de gigant Typhoeus kwam ook daarheen zodat de goden verplicht waren zich te vermommen en Jupiter een gedaanteverwisseling onderging tot koningsram (het is daarom dat de god Ammon van de Libiërs gekromde horens draagt). Apollo nam de vorm aan van een raaf, Bacchus werd een bok, Artemis een kat, Juno een witte koe, Venus een vis en Mercurius veranderde zijn vleugels in die van een ibis... Althans, dat was haar versie van het verhaal. De voordracht van de Piëride klonk goed en werd begeleid door citerspel. Toen was het onze beurt. Minerva, heb jij nog de tijd om onze voordracht te beluisteren?"

"Natuurlijk wel, het zou mij een genoegen zijn," zei Minerva opgewekt. Ze luisterde aandachtig en genoot intussen van de koelte van de schaduw, van de verblindend mooie natuur en vooral van het wonderbaarlijk gezang. De muze vervolgde dus haar verhaal.

"Binnen onze groep van negen muzen kreeg Calliope de hoofdrol. Met haar lange haren, bijeengehouden door klimoptwijgjes, was zij een lust voor het oog en ze begon een droef akkoord op de citer te spelen; dan viel haar hemelse stem in.