Uit LIBER NONUS

Iphis

Iphis: jongen of meisje?

Dit jongste wonder zou op Kreta druk besproken zijn, als er niet kort tevoren nog een mirakel was geschied. Al een tijdje woonde er in Phaestus, niet ver van Knossos, iemand die Ligdus heette, een man van lage afkomst, maar wel een vrijgeborene. Rijk was hij niet; zijn levenswandel was eenvoudig. Toen zijn vrouw Telethusa hoogzwanger was, vroeg hij haar aandacht voor een probleem en zei: "Ik wens twee dingen: dat je zonder zware pijn verlost wordt en dat ons kind een zoon zal zijn. Want de last die meisjes meebrengen, is te zwaar, en Fortuna maakt hen zwak. Als jij in 't kraambed een meisje krijgt, zeg ik je met tegenzin dat het kind moet sterven...", en bij deze woorden barstten ze beiden in tranen uit, hij omdat hij zo moest spreken, zij omdat zij dit moest aanhoren. Hoewel Telethusa voortdurend smeekte om het kind te laten leven, had Ligdus zijn besluit genomen.

Toen ze op het punt stond te bevallen, verscheen aan haar een droomgestalte. Midden in de nacht stond Io, omringd door volgelingen, bij haar bed. En toen zei Io, die nu Isis heet, net alsof het echt gebeurde, dat Telethusa het kind, al was het een meisje, moest laten leven.

Verheugd stond Telethusa op; met vrome handen bad zij om vervulling van haar droom. Toen het kind, een meisje, ter wereld kwam, zei Telethusa aan haar man dat het een zoon was. Die leugen werd geloofd, alleen de voedster kende de waarheid. De vader dankte de goden en noemde het kind, waarvan hij dacht dat het een jongen was, naar zijn eigen vader 'Iphis'. Dat deed de moeder plezier omdat die naam zowel bij een jongen als bij een meisje paste en er dus niemand mee misleid werd. Sindsdien bleef vrome schijn die eerste leugen toedekken: het kind droeg jongenskleren en het had een schoonheid die zowel een jongen als een meisje past.

De leugen had intussen dertien jaar stand gehouden, toen Ligdus een verloving regelde met de blonde Ianthe. Deze Ianthe werd alom geroemd om haar grote schoonheid; zij en Ligdus waren even oud en even mooi, ze hadden op school hun eerste kennis opgestoken bij dezelfde meesters. Sindsdien had liefde beide harten even diep geraakt maar elk met een andere verwachting. Ianthe zeg uit naar haar huwelijk en haar trouwdag en dacht dat Iphis, die zij voor een man hield, weldra haar man zou zijn.

Iphis keek evenveel uit naar het huwelijk maar miste de hoop op echt geluk, waardoor haar gloed nog steeg. Ze was verliefd op een meisje! Hard vechtend tegen tranen dacht ze: "Wat gebeurt er straks met mij als deze onnatuurlijke drang van Venus mij blijft drijven? Indien de goden wilden dat ik leefde, waarom werd mij dan dit niet bespaard? Als ik verdoemd moet zijn, waarom wordt mij dan geen normale mensenkwaal gestuurd? In de hele dierenwereld raakt nooit een vrouwtje op een ander vrouwtjesdier verliefd. De hele wereld mag hier alles komen proberen, maar niemand kan van een meisje een jongen maken. Nee, Iphis, toon je sterk en toom jezelf wat in! Bemin zoals een vrouw betaamt. Het is hoop die liefde doet ontstaan en hoop die liefde in stand houdt; jouw toestand geeft geen hoop. Je kan haar nooit krijgen, je kan nooit gelukkig zijn, hoe aarde en hemel ook hun best doen. Tot vandaag zijn mijn gebeden wel verhoord: de goden schonken mij genadig alles wat maar kon. Mijn verlangen om jongen te zijn is ook mijn vaders wens, en die van Ianthe en van haar vader, maar niet van de natuur die als enige - machtiger dan iedereen - mij schaadt. Binnenkort trouw ik en Ianthe zal de mijne zijn zonder de mijne te zijn! O Juno, bruidsgodin! O Hymenaeus, zie toch af van deze bruiloft waar wij, zonder bruidegom, beiden bruid zijn!" Toen zweeg ze. Het andere meisje gloeide al evenzeer van liefde, maar zij bad de huwelijksgod juist snel te komen.

Ianthe's wens maakte Telethusa bang. Eerst stelde zij nog de trouwdag uit, zocht dan respijt in quasi-ziek zijn. Steeds weer repte zij van dromen en voorspellingen, maar eenmaal was de hele leugenvoorraad op: het uitgestelde huwelijk moest nu toch doorgaan. Morgen zou het zover zijn. De moeder wierp zich samen met haar dochter bij het Isisaltaar neer. Ze riep: "Isis, ik bid je, help mij, bedaar mijn angst! Niet lang geleden heb ik je zelf in mijn droom gezien. Ik heb je opdracht goed verstaan. Door jou leeft Iphis, door jou ben ik nog niet gestraft. Help ons dan ook nu en steun ons beiden!" Op die woorden volgde een stroom van tranen.

Plots bewoog het altaar, de tempeldeuren trilden en de sikkelvormige hoorns van de godin lichtten op terwijl de klank van ratels hoorbaar werd. Verheugd door zulk een gunstig voorteken verliet de moeder samen met Iphis de Isistempel.

Iphis nam geen kleine stappen meer zoals voorheen en haar gelaatskleur was minder blank. Haar kracht groeide, haar blik leek dwingender en de lokken waren nu kort en werden niet meer opgebonden. Ze zag er nu forser uit dan toen ze een meisje was want zij was een meisje geweest, maar was nu een jongeman geworden! Dankbaar brachten ze een offer en wijdden een votieftablet met maar een korte regel: "Iphis heeft het geschenk als vrouw beloofd, als man gewijd."

Het volgende daglicht ving de wijde wereld in zijn stralen, toen Venus, Juno en Hymenaeus samenkwamen bij het altaar, waar bruidegom Iphis zijn Ianthe huwde.