Uit LIBER NONUS

Iolaus wordt verjongd

Tijdens het wondermooi verhaal van Iole had Alcmene haar tranen met een steels gebaar van haar hand weggewist en Iole zelf had ook moeten toegeven aan haar verdriet. Toen deed zich een wonder voor dat alle verdriet verdreef, want daar verscheen een amper volwassen jongeman met een beetje baarddons rond de kin: het was de verjongde Iolaus. Hebe had hem deze jeugd verleend nadat ze gezwicht was door het vele smeken van Hercules, maar ze had hem wel gezegd dat hij de laatste was aan wie ze deze gunst bewees. Wat buiten Themis gerekend was...

Die zei: "In Thebe heerst burgertwist en alleen Jupiter kan Capaneus verslaan. Broers zullen elkaar verwonden en de profeet zal nog bij zijn leven zijn eigen schim in de onderwereld zien. Wanneer de zoon, omdat hij zijn vader haat, zijn moeder doodt, zal dat zowel een misdaad als een weldaad zijn; geschokt door die rampen wordt hij, buiten zinnen, ver van zijn land door Furiën en door zijn moeders schim opgejaagd, totdat zijn vrouw hem onheilbrengend goud zal vragen en het zwaard van Phegeus hem zal doden. Tenslotte zal Callirhoë, de dochter van Acheloüs, de oppergod smeken haar zoontjes langer te laten leven zodat de moord op de veroveraar snel wordt gewroken. Jupiter zal in zijn genade dat geschenk uit Hebe's hand vlugger doen verlopen en hen reeds in de puberteit volwassen maken."
 

Vele goden wensen ook een verjongingskuur voor hun geliefden

Toen Themis, die de toekomst kende, die raadselachtige taal liet horen, klonk bij de goden gemopper: waarom kon dezelfde gunst ook niet aan anderen gegeven worden? Aurora jammerde om de oude Tithonus, haar man; de zachtaardige Ceres klaagde over haar vergrijzende Jasion; Vulcanus eiste een tweede jeugd voor Erichthonius; ook Venus werd door zorgen gekweld en probeerde Anchises' jaren te verjongen: iedere god had wel een troetelkind. De opschudding groeide totdat Jupiter luid riep: "Genoeg! Toon wat respect voor mij als jullie daartoe nog in staat zijn. Wat denken jullie wel? Het lot gaf Iolaus zijn jonge jaren terug; de zoontjes van Callirhoë dankten hun volwassenheid aan het lot en niet aan macht of invloed. Ook jullie worden door het lot geleid. Als ik het lot zou kunnen wijzigen, zou Aeacus, mijn zoon, niet oud zijn, zou Rhadamanthus eeuwig in de bloei van zijn jeugd zijn samen met Minos, die nu om zijn bikkelharde jaren geminacht wordt en niet, zoals vroeger, met beleid regeert."
 

Minos, de oude koning van Kreta, wordt verlost van Miletus.

Jupiters woorden maakten veel indruk en geen god bleef klagen omdat men wist hoe afgeleefd die Rhadamanthus en Aeacus waren, net zoals Minos die in de kracht van zijn leven alleen al met zijn naam hele volkeren had bang gemaakt. Maar toen hij oud was, liet hij zich bang maken door een jonge kerel, Miletus, de zoon van Deione en Apollo. Hoewel hij hem verdacht van aspiraties naar de troon van Kreta, durfde hij hem niet uit zijn land verjagen. Miletus vluchtte zelf en stak per zeilschip de Egeïsche zee over om op Aziatische bodem een stad te bouwen die hij zijn naam gaf.

Hij ontmoette daar de dochter van Meander toen ze langs de oevers van haar vaders stroom wandelde. Een beetje verder kwam hij de nimf Cyanea tegen die hem een tweeling baarde: Byblis en Caunus, kinderen van uitzonderlijke schoonheid.