Uit LIBER DECIMUS

Hyacinthus

Apollo had ook graag Hyacinthus, de zoon van Amyclas, een plaats gegeven in het godenverblijf als hem geen droevig lot beschoren was. Toch werd de knaap in zekere zin vereeuwigd: wanneer de winter voor de lente wijkt en wanneer de Ram het sterrenbeeld van de Vissen vervangt, ontbloeit hij in het jonge gras als een voorjaarsbloem.

Apollo had hem boven iedereen lief en Delphi, de navel van de wereld, moest het zonder heerser stellen. Omdat Apollo steeds het ommuurde Sparta aan de Eurotas opzocht, dacht hij niet meer aan zijn boog of aan zijn lier, ja, hij vergat ook zichzelf, want niets was hem te veel. Hij zeulde met Hyacinthus' netten, hij dreef de meute honden voort, hij joeg met hem op moeizaam bergterrein en voedde zo dagenlang zijn hartstocht.

Telkens als het middag werd, deden ze hun kleren uit en smeerden zich in met olie van olijven voor een wedstrijd in het discuswerpen. Apollo draaide de brede schijf als eerste rond, slingerde ze en doorkliefde er het wolkendek mee. Na lange tijd viel de zware schijf weer op de grond; wat een voorbeeld van samenwerking tussen kunst en kracht!

Onmiddellijk liep Hyacinthus gefascineerd vooruit om de discus op te rapen, maar die werd door de harde grond teruggekaatst en vloog hem recht in het gezicht. Apollo werd even bleek als de knaap die op de grond lag. Hij tilde hem op ,legde hem in zijn schoot, depte de vreselijke wonde en probeerde hem in leven te houden met behulp van kruiden maar de wond was niet meer te genezen. Zoals viooltjes, papavers of zelfs rechte lelies opeens knakken bij het sproeien van de tuin en hun verwelkte kelken laten bengelen, zo hing bij Hyacinthus ook het stervend hoofd neer, zijn nek scheen veel te zwaar en lag tegen zijn schouder.

Apollo riep: 'Nu sterf je, Hyacinthus. Ik zie de wond die mij beschuldigt, ik ben de oorzaak van jouw dood. En toch, waar ligt mijn schuld? Moet het discusspel de schuld krijgen of wij, omdat we minnaars waren? Ach, kon ik maar met jou van lot wisselen of met jou sterven! Maar mijn lot laat dat niet toe. Je zal altijd bij mij zijn, want je naam ligt op mijn lippen, ik zal je bezingen met mijn lier! Je wordt een nieuwe bloem waarin mijn klachten geschreven staan en eens komt de dag dat Ajax, de befaamde strijder, zich bij jou voegt als bloem waarvan de blaadjes in dezelfde letters groeien...'

Pas had Apollo deze woorden gezegd of het bloed dat het gras rood had gekleurd, was verdwenen. Er groeide een bloem die glanzender was dan Tyrisch purper en die op lelies leek, behalve dat lelies zilverachtig zijn en deze purperkleurig. Apollo was nog niet klaar: Hij schreef in de blaadjes 'ai ai', waarmee hij zijn smart uitdrukte Ook Sparta was trots op zijn Hyacinthus en stelde het Hyacinthus-feest in dat volgens oude rituelen jaarlijks met grote luister gevierd wordt.