Uit LIBER UNDECIMUS en DUODECIMUS

Het verhaal van Aesacus

Een oude man die de twee vogels over het water zag vliegen, was vol van hun hechte band. Iemand die naast hem stond - of het kan ook de man zelf zijn geweest - zei: "Kijk, die vogel die daar met zijn poten gestrekt boven de zee vliegt, was ooit een koningszoon." Terwijl hij dit zei, wees hij naar een duikerseend met een lange nek. "Zijn stamboom loopt van Ilus via Assaracus naar Ganymedes, die door Jupiter ontvoerd werd. Dan van Laomedon, de oude koning, en tenslotte naar Priamus, die de val van Troje meemaakte. Die vogel had ook een halfbroer, Hector. Als er in zijn jeugd geen wonder was geschied, dan was hij nu misschien even beroemd als zijn broer Hector, de zoon van Priamus en Hecuba. Aesacus zelf was in de bossen van Ida geboren. Zijn moeder was een nimf, een dochter van de stroomgod Granicus. Daarom vermeed hij de stad: hij hield niet zo van al die praal van het hof. Hij leefde eenzaam in de bergen, in een streek waar geen mensen kwamen. Zelden kwam hij nog in Troje. Toch had hij nog gevoelens zoals liefde: vaak volgde hij stiekem Hesperia.

Op een dag zag hij hoe ze haar mooie lokken liet drogen in de zon. Plots had ze in de gaten dat ze begluurd werd en ze vluchtte razendsnel weg. Ze vluchtte alsof ze een hinde was die achternagezeten werd door een wolf of een watereend die ontdekt was door een gier. Aesacus volgde haar op de voet. Elk van beiden bleef rennen; de een werd geholpen door de liefde, de andere door de angst. Maar helaas, al lopend werd Hesperia gebeten door een adder die op de loer lag in het gras. Het gif verspreidde zich snel in haar bloed en ze stierf. Hij knielde bij het meisje neer en nam haar vast. Vol afgrijzen riep hij: 'Het spijt me, het is allemaal mijn schuld, het spijt me! Ik dacht niet na over wat er zou kunnen gebeuren. Het is mijn schuld en ook die van die adder, wij samen hebben jou vermoord. Hij beet jou, maar ik deed je vluchten. Wat ik heb gedaan, is veel erger en ik wil je troosten door zelf een einde aan mijn leven te maken!'

Nadat hij dit had gezegd, sprong hij van een rots. Maar Tethys brak uit meelijden zijn val en gaf hem vleugels om zijn zelfmoord te verhinderen. Hij wrokte omdat hij nu moest verder leven met wat hij gedaan had, want hij wou niet blijven leven. Met zijn vleugels vloog hij telkens weer hoog de lucht in om zich dan weer opnieuw in zee te storten. Maar zijn veren maakten zijn val licht, ook al dook Aesacus steeds weer diep met zijn kop in het water om de dood te vinden. Door de liefde was hij sterk vermagerd: zijn gelede poten en zijn nek waren lang en dun. Zijn kop stak ver uit naar voor. Hij hield erg veel van water en aangezien hij dol was op duiken, noemen ze hem nu duikereend."

Troje rouwt om Aesacus

Priamus, de vader van Aesacus, wist niet dat zijn zoon nog in leven was als een vogel en rouwde. Ook Hector en zijn broers rouwden bij een leeg graf. Paris was de enige die verstek liet gaan bij deze droevige plechtigheid. Niet lang daarna bracht hij zijn stad in jarenlange oorlog door het schaken van een gehuwde vrouw; de hele Griekse vloot met duizenden schepen zou, volledig bemand, koers zetten naar Troje. Er zou snel wraak genomen zijn als tegenwind de zee niet onbevaarbaar had gemaakt en de Grieken in Aulis, een vissershaven in BeotiŽ, het uitvaren had belet.