Uit LIBER NONUS

Hercules en Nessus

De woeste Nessus had zijn liefde voor diezelfde Deianira moeten betalen met zijn eigen dood: een pijlschot in zijn rug. Hercules, op weg met zijn jonge vrouw naar Tiryns, zijn geboortestad, was al bij Euenus' snelle stroom beland. Het water stond echter veel hoger dan normaal; de Euenus was gezwollen door de talrijke winterregens en was door draaikolken niet meer doorwaadbaar. Hercules zelf was onverschrokken, maar hij was bezorgd om Deianira. Toen bood Nessus, sterk van lichaam en goed bekend met de rivier, zijn hulp aan en zei: "Ik draag haar naar de overkant, dan kan jij de andere oever op eigen kracht bereiken, Hercules."

De held vertrouwde het Calydonische meisje, dat erg bang was - zowel voor het water als voor de kentaur - aan Nessus toe en riep dan, van onder zijn zware vracht van leeuwenhuid en pijlkoker (zijn knuppel en kromme boog had hij immers al naar de overkant geslingerd) dat het niet de eerste keer was dat hij een stroom ging temmen. Hercules aarzelde niet, hij keek ook niet waar de stroom het gunstigst was om over te steken en weigerde zich door het water te laten meedragen. Toen hij aan de overzijde was en zich bukte om zijn wapens op te rapen, hoorde hij zijn vrouw gillen: Nessus wilde zich vergrijpen aan wat hem toevertrouwd was!

Daarop riep Hercules: "Vuile schurk, waar ga je heen? Vertrouw je eigen voeten niet! Ik zeg je, paardmens, en luister maar goed: je zult mijn eigendom niet aanraken! En als je mij niet respecteert, dan moet je eens denken aan je vader: de gedachte aan Ixions rad moet jou toch hoeden voor verboden lust? Nee, mij ontkom je zeker niet, al denk je dat je paardenbenen je zullen helpen. Ik zal je niet te voet inhalen, maar met een pijl." Dat laatste woord was reeds een feit, want terwijl de dief nog vluchtte, doorboorde een pijl zijn rug. De punt met weerhaak stak uit zijn borst en toen hij die terugtrok, spoot het bloed uit beide openingen, zich mengend met het gif van de draak van Lerna (waarmee de punt was ingesmeerd). Nessus ving dit bloed nog op en dacht: "Ik wil niet ongewroken sterven." En hij gaf een kleed, doordrenkt met zijn bloed, aan het meisje, als liefdesmiddel...