Uit LIBER DUODECIMUS

Het duel tussen Achilles en Cycnus

Ook in Troje had men door zware verliezen gevoeld wat Griekse strijdlust kon aanrichten... Het strand bij de Sigaeum was doordrenkt van bloed en duizend Grieken waren al gedood door Cycnus, Neptunusí zoon. Daar stormde Achilles op zijn strijdwagen rond en maaide met zijn lans hele linies Trojanen neer. Speurend naar Hector en Cycnus ontmoette hij eerst Cycnus; Hector moest nog wachten tot het tiende jaar van de oorlog.

Achilles vuurde zijn paarden aan en reed op zijn vijand af. Vervaarlijk met zijn speren balancerend riep hij: "Wie je ook mag zijn, vriend, beschouw het als een troost dat je gedood wordt door Achilles uit Thessalie!" Hij slingerde zijn speer en ook al vloog die strak op zijn doel af, toch trof de worp de vijand in de borst met te weinig kracht, waarop Cycnus terugriep: "Jij, zoon van Thetis, van wie de faam al lang bij ons bekend is, verbaast het je niet dat je mij niet eens verwond hebt?"

Achilles keek inderdaad verbaasd. "Mijn koperen helm met paardenpluimen en mijn zwaar rond schild bieden mij geen bescherming want ze dienen alleen voor versiering. Ook Mars draagt alleen wapens om die reden. Ook al neem je de dekking van deze wapenrusting weg, ik blijf ongedeerd! Het betekent niet veel om de zoon te zijn van een NereÔde, maar het betekent veel een zoon te zijn van de god van de zee!"

Toen richtte hij zijn speer op Achilles. Zijn speer bleef steken in het bolle schild maar had het brons en negen lagen leer doorboord voor hij in de tiende tot stilstand kwam. Achilles trok hem los en slingerde het trillend wapen krachtig terug, maar opnieuw bleef Cycnus ongedeerd. Ook een derde speerworp wist hem niet te vellen, ook al stond Cycnus ongedekt vlak voor hem.

Nu werd Achilles woedend, zoals een stier in het open circus die angstaanjagend met zijn horens op een rode lap afrent en dan merkt dat stoot na stoot mislukt. Hij onderzocht of soms de ijzeren punt was afgebroken, maar die zat nog aan de speerschacht.

"Wordt mijn arm zo zwak dat alle kracht van vroeger na een worp weg is?" dacht hij. "Ik was sterk genoeg om ooit Lyrnessusí muur als eerste stuk te slaan, om Tenedos te laten proeven van eigen bloed, of Thebe, vesting van EŽtion, of om Caisusí water rood te kleuren door een slachting van eigen volk. Ook Telephus heeft tweemaal de kracht van mijn lans gevoeld en hier op dit strand zie ik toch hopen doden liggen die door mij zijn geveld. Mijn hand was sterk genoeg en is dat nog!"

Uit wanhoop over de gemiste kansen richtte hij nu eerst zijn speer op een van de LyciŽrs, Menoetes, en doorboorde hem dwars door zijn harnas en dwars door zijn hart. Toen Menoetes stervend met een dreun op de grond viel, ontwrong Achilles zelf het wapen aan de warme wonde en schreeuwde: "Met deze speer heb ik gezegevierd, ik zal hem nu opnieuw gebruiken met dezelfde afloop!", waarna hij weer op Cycnus toeliep en zijn speer opnieuw doel liet treffen, recht in de linkerschouder. De worp miste zijn doel niet maar toch ketste de speer af alsof ze een muur of een harde rots had geraakt. Toch bloedde Cycnus waar hij geraakt was, maar de vreugde van Achilles was van korte duur, want er was helemaal geen wonde, het bloed bleek nog afkomstig te zijn van Menoetes!

Dan sprong Achilles snel van de wagenbak, rende met zijn blinkend zwaard naar Cycnus, die hem rustig liet komen. Achilles voelde hoe hij de helm en het schild van Cycnus doorkliefde en hoe dan toch de ijzeren speerpunt brak op het harde lichaam van zijn tegenstander. Nu werd het hem te veel. Omdat Cycnus geen schild meer had, beukte hij hem viermaal in het gezicht, sloeg met zijn zwaardkling tegen zijn schedel, greep hem vast toen hij wegdook en gunde hem geen rust om bij te komen.

Cycnus raakte in doodsangst en een zwarte wolk dreef voor zijn ogen. Voetje voor voetje deinsde hij terug, maar plots versperde een rotsblok midden in het veld hem de weg. Hij werd er ruggelings tegenaan gedrukt; toen tilde Achilles hem met al zijn krachten omhoog, smeet hem op de grond en drukte daarna met schild en knieŽn stevig op Cycnusí borstkas. De helmband onder zijn kin werd steeds strakker aangetrokken totdat hij geen lucht meer kreeg en stikte...

Maar toen de winnaar Cycnus zijn wapenrusting wilde ontnemen, bleek die leeg te zijn! Neptunus had Cycnus in een zwaan veranderd die nu nog steeds die naam draagt.