Uit LIBER OCTAVUS

De Minotaurus

Minos laat voor de Minotaurus een labyrint bouwen

Toen Minos op Kreta aan land ging, bracht hij aan Jupiter een offer van honderd stieren als dank. De oorlogsbuit moest zijn paleis versieren. Het stier-mens-monster was echter een smet op Minos' bestaan. Nu het groot geworden was, bleef het een levend bewijs van de ontrouw van zijn moeder. Minos besloot die schandvlek uit zijn huis te weren en op te sluiten in een sombere doolhof. Daedalus, de begaafde en beroemde Atheense architect, bouwde een constructie vol verwarrende motieven. Tal van bochtige en kronkelende gangen misleidden het oog. Deze constructie geleek op de Frygische Meander: deze rivier dartelt rond met zijn helder water en kronkelt zo vaak dat ze niet naar zee schijnt te stromen; hij ontmoet steeds weer zichzelf en vloeit zijn eigen water tegemoet; hij beweegt zich nu eens onvoorspelbaar terug naar de eigen bronnen, dan weer naar de open zee. Zo maakte Daedalus een labyrint met ontelbare kronkelpaden. Hij kon zelf met moeite de uitgang vinden, zo bedrieglijk was zijn bouwwerk.
 

Theseus doodt de Minotaurus met hulp van Ariadne

Daar werd de stiermens met zijn dubbele gedaante opgesloten. Hij werd tweemaal om de negen jaar, gevoed met Attisch mensenbloed. De derde maal kon Theseus hem doden met Ariadne's hulp (door een gesponnen draad af te rollen had hij immers de uitgang van de doolhof gevonden; daar waren zijn lotgenoten voor hem nooit in geslaagd). Toen sleurde hij snel Minos' dochter mee en zeilde naar Naxos. Maar daar liet hij het meisje meedogenloos achter, alleen op het strand. Haar klachten werden gesmoord in Bacchus' armen. Hij troostte haar en wou haar eren met een stralend sterrenbeeld. Daarvoor nam hij haar diadeem van haar hoofd en wierp hem hoog in de lucht: de kroonjuwelen veranderden in glanzend vuur. Ze staan als een kroon aan de hemel tussen de sterren van de Slangendrager en de Man die knielt.