Uit LIBER UNDECIMUS

Ceyx' verhaal

"Die vogel ginds, die leeft van roof en voor de meeste vogels een bron van angst is, droeg niet altijd vleugels. Eens was hij een mens, maar een die wel al kenmerken van een vogel had. Hij was ook toen al vechtlustig en fel, en stond gauw met zijn vuisten klaar: zo was Daedalion. Daedalion en ik mogen broers zijn, en zonen zijn van Lucifer die elke dag Aurora wekt en als laatste de sterrenlucht verlaat, toch ben ik een man die houdt van vrede, rust en harmonie terwijl mijn broer altijd uit was op oorlog. Zijn vechtershart, dat nu binnen in een vogel paniek zaait bij Thisbe's duiven, heeft ooit menig koningshuis en volk de daver op het lijf gejaagd.

Daedalion had een wondermooie dochter, Chione, die wel duizend vrijers had. Ze was veertien jaar en dus huwbaar. Toevallig kwamen op een dag Apollo vanuit Delphi en Mercurius van de Cyllene-berg langs haar huis. Apollo en Mercurius zagen Chione en werden allebei verliefd op haar... Apollo stelde zijn hartsverlangens uit tot middernacht, maar Mercurius wachtte niet: met zijn staf streek hij haar ogen in slaap. Ze lag in een hemelse betovering en stond de god zijn lusten toe. Maar 's nachts, bij een volle sterrenhemel, verkleedde Apollo zich als een oude dienares en vierde zijn lusten bot.

Na negen maanden baarde Chione twee zonen. Voor de god die vleugelschoenen draagt, bracht ze een slimmerik ter wereld, Autolycus. Hij was sluw in elke soort diefstal, iemand die niets anders deed dan wit naar zwart en zwart naar wit verdraaien: een echte zoon van zijn vaders kunsten. Voor Apollo baarde ze Philammon, hoog geprezen om zijn citerspel en zangkunst.

Maar is bemind worden door twee goden, het baren van twee zonen en zelf een kleinkind zijn van Lucifer een voordeel? Werkt die roem soms niet verkeerd? Voor velen wel en zeker ook voor haar. Zij immers waagde het Diana te kleineren en geringschattend te spreken over haar schoonheid. Daardoor werd Diana woedend en riep: 'Kan ik je soms een plezier doen met daden?' Ze richtte onmiddellijk haar boog en schoot een rieten pijl in de tong die dat verdiend had en ook dadelijk zweeg. Geen klank, geen woord kon Chione ondanks haar verwoede pogingen, nog uiten. Met haar bloed week ook haar leven...

Hoe droevig heb ik toen mijn broer omarmd, hoe voelde ik in mijn hart dat vaderlijk verdriet! Ik sprak hem in zijn verdriet troostende woorden toe, maar troost had op hem het effect van water op een dam. Hij klaagde voort om zijn verloren dochter en toen hij haar zag verbranden, wilde hij zich tot viermaal toe zelf in de vlammen storten. Viermaal werd hij tegengehouden; toen sloeg hij verwilderd op de vlucht. Zo woest als een jonge stier die, met zijn kop omlaag, opgejaagd wordt door horzelsteken, zo rende hij voort, zelfs waar er geen pad was...

Toen al vond ik dat hij niet meer liep als een mens; je zou gedacht hebben dat zijn voeten vleugels kregen. Hij ontliep ons allemaal. Voortgestuwd door doodsverlangen klom hij naar de top van de Parnasus. Toen hij daar van een hoge rots sprong, kreeg Apollo medelijden met hem. Hij liet hem plotseling op vleugels zweven en maakte van hem een vogel met een snavel, met kromme nagels en met een meer dan grote lichaamskracht, maar zijn oude vechtlust had hij behouden. Als havik jaagt hij nu nog steeds op al wat vliegt. Door altijd wreed te zijn voor anderen, brengt hij nu verdriet omdat hij zelf verdriet had."