Uit LIBER TERTIUS

Cadmus

Cadmus moet Europa zoeken

De god had, op Kreta aangekomen, zijn menselijke gedaante alweer aangenomen en gezegd wie hij was. Ondertussen wist Agenor, Europa's vader, niet wat er met zijn dochter gebeurd was en hij zond zijn zoon Cadmus uit om haar te zoeken. Agenor dreigde zelfs met verbanning als zijn zoon haar niet zou terugbrengen - een onrechtvaardige straf, maar hoe begrijpelijk waren de woorden van de ongeruste vader!

Hoewel hij door de hele wereld zwierf, vond Cadmus geen spoor van zijn zuster - wie zou Jupiter kunnen volgen op zijn kronkelend liefdespad? Hij bleef dus ver weg van zijn vaderland en vroeg Apollo om hem een plaats aan te wijzen waar hij mocht wonen.

"Je zult in een stil veld een koe ontmoeten, een dier dat nooit een juk gevoeld heeft, dat nooit een kromme ploeg getrokken heeft. Volg haar spoor en waar zij in het gras uitrust, zul je een stad stichten die Thebe in Beotië zal heten", luidde het antwoord van de god.

Amper had Cadmus de Delphische grot verlaten of hij zag een koe die zich zonder herder traag voortbewoog en geen enkel spoor van slavernij vertoonde. Biddend volgde Cadmus haar tot de plaats waar ze halt hield, haar fraaie kop ten hemel richtte, loeide en omkeek naar haar achtervolger. Ze knielde en vlijde zich op de zachte grasheuvel. Ook Cadmus knielde in dank en begroette de heuvels en velden van zijn nieuwe land.
 

Cadmus' mannen worden door de draak van Mars gedood

Eerst wou Cadmus offeren aan Jupiter. Daarom zond hij zijn makkers uit op zoek naar een reine bron voor offerwater. Die bron zochten ze in een nog nooit betreden, dichtbegroeid bos waar waterloopjes welig stroomden. Maar in een grot woonde daar ook de draak van Mars, gevreesd om zijn stekelige, gouden kam, bol van gif, en om zijn drie tongen die sisten tussen een driedubbele rij tanden. De Feniciërs volgden het gevaarlijke pad door het bos en vulden hun kruiken.

Maar de draak werd wakker van dat geluid, stak zijn kop omhoog vanuit de diepe grot en kronkelde zich omhoog in onmetelijke bochten tot zijn lichaam verschillende luchtlagen vulde. Door panische angst bevangen lieten de makkers van Cadmus hun kruiken vallen. De draak zag neer op het hele bos en evenaarde de omvang van het sterrenbeeld van de Draak dat met zijn volle lengte de Grote van de Kleine Beer scheidt. Onmiddellijk viel hij de mannen aan en of zij nu vochten of in hun angst als versteend bleven staan, het maakte geen verschil: de draak beet hen dood, wurgde hen of velde hen met zijn dodelijke etter.
 

Cadmus doodt de draak van Mars

Het was middag toen Cadmus zich ongerust begon te maken over het wegblijven van zijn makkers. Hij besloot hen te gaan zoeken met een leeuwenhuid als bescherming, met een lans en een spies als wapens maar vooral met een dapper hart - dat ieder wapen overtreft. Ziedend van woede zag hij hoe de moordlustige draak de wonden van zijn vrienden likte en nam zich voor tot het einde te strijden om hun dood te wreken.

Hij greep een groot rotsblok en smeet het met al zijn kracht naar de draak. Hoewel de impact zwaar genoeg was om een grote muur te slopen, voelde de draak niets, dankzij zijn machtig pantser van schubben.

De tweede poging van Cadmus met zijn werpspies had echter wel resultaat, want het pantser werd doorboord en de punt trof de kronkelende ruggengraat waar de spies bleef steken. De draak voelde de pijn, draaide zijn hoofd en rukte met veel moeite de speer uit de wonde, maar de punt bleef zitten.

Woester geworden door deze aanval zwollen zijn aderen, schuimde zijn op moord beluste bek en zijn zwarte adem bevuilde de lucht. Hij baande zich een weg omhoog tot hij zijn volle lengte had bereikt om zich vervolgens verpletterend op het bos te laten vallen. Cadmus ontsnapte aan een gewisse dood door opzij te springen.

Hij wendde een aanval van de drakenkop af door met zijn lans te steken. De draak wou de lans stuk bijten, maar beet steeds weer op de punt die wonden maakte in zijn bek zodat bloedspatten het groene gras rood kleurden. Toch waren deze verwondingen voor de draak ongevaarlijk zolang de lans zijn nek niet kwetste; de draak moest er alleen voor zorgen dat hij daar geen diepe of rake stoten moest incasseren. Tot plots Cadmus met inzet van al zijn krachten de lans door de drakenkeel stootte en het monster aan een boom spietste... De boom boog door onder het gewicht van het drakenlijk...
 

Cadmus zaait de drakentanden

Terwijl Cadmus de door hem gedode draak aanschouwde, vroeg er plots een stem waarom hij dat monster bekeek. Diezelfde stem zei dat Cadmus ooit zelf als slang zou gezien worden. Cadmus werd lijkbleek en keek rond zich, maar hij zag niemand. Plots kwam diegene die deze woorden gesproken had te voorschijn: Minerva. Ze raadde hem aan de drakentanden te zaaien.

Zoals Minerva hem aangeraden had, trok hij met een ploeg een voor in de grond en zaaide er de drakentanden in. En kijk: daar begon de grond te bewegen en als bij wonder kwam er een rij zwaargewapende soldaten te voorschijn. Cadmus, die geschrokken was van zijn nieuwe tegenstanders, wou onmiddellijk naar de wapens grijpen. Een van de soldaten hield hem tegen en zei dat hij zich niet mocht mengen in hun onderling gevecht. Die soldaat was nog niet uitgesproken, of hij trof een van zijn broers met zijn zwaard, maar ging dan zelf ten onder door een speerworp uit de verte.

Zo moordden ze bijna allemaal elkaar uit, behalve vijf. Echion, een van hen, had op raad van Minerva de strijdbijl begraven en vrede gesloten met zijn vier overblijvende broers. Die vijf werden de helpers van Cadmus toen hij op last van het Delphisch orakel Thebe stichtte.
 

Cadmus heerst over Thebe

Thebe was een welvarende stad geworden. Voor Cadmus schenen de zaken, ondanks zijn ballingschap, een gunstige wending te hebben genomen. Hij was gehuwd met Harmonia, de dochter van Venus en Mars, en uit dat huwelijk had hij verscheidene kinderen. Toch moet men met beide voeten op de grond blijven; een tegenslag volstaat om plots alles te laten veranderen...

En dat was wat Cadmus overkwam: zijn kleinzoon zou in een hert veranderen en door zijn eigen honden verscheurd worden. Het feit dat hij verdwaalde, lag aan de basis van zijn dood, geen dwaling van zijnentwege. Is het een dwaling wanneer een mens verdwaalt?