Uit LIBER TERTIUS

Actaeon

Actaeon verrast Diana bij het baden

Actaeon en zijn gezellen hadden op jacht reeds veel gevangen, toen ze besloten te stoppen en 's anderendaags vroeg terug te komen. Dichtbij was er een dal waar Diana vaak kwam jagen. In een uithoek van dat dal was er een spelonk, waar de natuur met de rotsen een natuurlijke boog had gevormd. Daar in de buurt waren er nog een bron en een wijde vijver. De vijver was rondom met planten afgeschermd en vormde als het ware een muur rond het water.

Als Diana vermoeid was van het jagen, ging ze vaak in die vijver baden. Ze werd dan door nimfen vergezeld die haar wapens en kledij bijhielden. Een nimf, Crocale, mocht altijd Diana's haar opbinden dat normaal verspreid lag in haar nek. Vijf andere nimfen schepten constant met kruiken water en goten het over Diana uit.

Terwijl Actaeon in het bos ronddoolde, kwam hij zonder het zelf te beseffen bij die gewijde plaats, in de grot waar Diana haar bad nam. Nauwelijks hadden de nimfen hem gezien of ze begonnen luidkeels te gillen en gingen allen rond Diana staan opdat Actaeon haar niet zou kunnen zien. Dat had echter niet veel zin, want Diana was een stuk groter dan haar nimfen en stak boven hen uit.

Diana werd rood van schaamte toen ze besefte dat ze naakt door Actaeon gezien was. Haar eerste reactie was naar haar boog grijpen, maar toen ze zich herinnerde dat die een eindje verder lag, smeet ze een handvol water in zijn gezicht. Terwijl ze dat deed, zei ze nog dat hij nu aan iedereen mocht vertellen dat hij haar naakt had gezien, als hij dat tenminste nog zou kunnen. Verder zei ze niets meer.

Uit Actaeons met water besprenkeld hoofd ontsproot een levensgroot gewei. Hij kreeg ook de nek van een hert, puntige oren en zijn armen en benen veranderden in poten - hij werd een hert. Uitzinnig van angst rende hij weg, zelf verbaasd over het feit dat hij zo snel kon lopen. Op het moment dat hij in het water zijn kop met het gewei zag, wou hij roepen dat zijn gezellen hem moesten komen helpen, maar het enige dat hij kon uitbrengen was dof geblaat. Hij begon te wenen: van de mens Actaeon restten alleen hart en ziel in zijn nieuw lichaam.

Hij wist niet wat hij moest doen, tot zijn honden hem op het spoor kwamen en hem achternagingen. Ze volgden hem over elke rots, langs ieder pad. Hij wou roepen dat hij hun meester was, maar het waren slechts kille kreten die je nauwelijks hoorde door het luide geblaf van zijn achtervolgers. Daar beet de eerste hond hem al in de rug, een tweede in de schouder. Tenslotte zat hij helemaal onder het bloed. Door ondraaglijke pijn geveld liet hij zich kreunend op zijn knieën vallen en richtte zijn kop naar de hemel, zonder nog een geluid te kunnen voortbrengen.De meute honden werd nog opgehitst door zijn makkers, die tevergeefs Actaeon riepen om naar dit prachtige schouwspel te komen kijken. Telkens wanneer ze zijn naam riepen, schudde het hert zijn kop heen en weer, maar dat ontging zijn gezellen. Hij wou liever toekijken in plaats van te moeten voelen hoe zijn honden hem, hun prooi, verscheurden... Men vertelt dat Diana's woede pas bekoelde toen hij zijn laatste adem had uitgeblazen.