Uit LIBER UNDECIMUS EN DUODECIMUS

Achilles' dood en roem 

Achilles wordt gedood

De zeegod die de watervlakten met zijn drietand temt, treurde in zijn vaderhart omdat Cycnus in een zwanenlichaam was veranderd. Hij haatte Achilles om zijn wrede kracht en koesterde wraakzucht in zijn hart, wat meer dan redelijk was. Toen de Trojaanse oorlog bijna tien jaar had aangesleept, sprak hij tot zijn langgelokte neef Apollo:

"Van alle zonen van Jupiter geef ik het meest om jou; met jou bouwde ik ook de muren van Troje – wat wel zinloos was, want als je nu de stad ziet aan de rand van de ondergang, zou je dan niet kunnen huilen? En al die doden die hun stadsmuur verdedigden – doet jou dat geen verdriet? Plaagt Hectors schim – een van de velen – jouw geweten niet sinds hij rond Troje werd gesleurd terwijl Achilles, die woeste Griek die wreder is dan oorlog zelf en onze muur vernielt, nog leeft? Als ik hem zou ontmoeten, zou hij voelen wat ik met mijn drietand kan; maar omdat ik zelf geen slagveld op mag rennen, moet jij hem doden, onverwachts, met een verborgen pijl."

Apollo knikte. De wraaklust van zijn oom was ook de zijne. Gehoorzaam hulde hij zich dus in een nevelkleed en mengde zich onder de Trojanen. Midden op het slagveld zag hij Paris, die wat lukraak stond te schieten naar naamloze Grieken. Zich als godheid openbarend zei Apollo: "Verspil geen pijlen aan soldatenbloed! Mik op Achilles als je om Troje geeft en wraak wilt voor je dode broers!" en hij wees op Peleus’ zoon die juist een rij Trojanen neermaaide.

Apollo draaide Paris met zijn boog de goede kant op en richtte de pijl voor een doeltreffend en noodlottig schot. Als ooit na Hectors dood de oude Priamus kon lachen, dan was dat nu: Achilles zelf, de held die altijd won, was door die laffe Griekse-vrouwenrover neergeschoten! Als hij dan toch moest sterven in een onmannelijke strijd, had hij bepaald Penthesileia’s dubbelbijl verkozen!

Achilles onsterfelijke roem

Hij die de schrik van Troje en de trots en trouwe beschermer van de Grieken was geweest, de kleinzoon van Aeacus, de ontembare leider, werd gecremeerd. De god die eerst zijn wapens had gesmeed, bracht nu het vuur… Nu was hij as. Achilles, eens zo machtig, was nu een nietig hoopje dat niet eens een grafurn vulde. Toch leefde zijn roem zo hoog dat hij de wereld rondging en in zijn omvang recht deed aan Achilles.