Uit LIBER SECUNDUS
 

Willem Schamp

3 LaMt

1996-1997
 

Apollo en Coronis

Corvus de raaf

In dezelfde tijd kreeg ook de roddelzieke raaf plots zwarte veren. Voordien was hij verblindend mooi met zijn sneeuwwitte pluimen. Hij was als raaf even mooi als de meest volmaakte witte duiven, mooier dan sierlijk zwemmende zwanen, mooier dan de gakkende ganzen die het trotse Capitool bewaken. Maar zijn praatzucht bedierf zijn schoonheid, door zijn lange tong werd hij pikzwart.
 

De raaf betrapt Coronis op ontrouw

In heel Thessalië was er geen meisje zo mooi als Coronis van Larissa. Dat vond ook Apollo, zolang zij kuis was - of tenminste niet openlijk onkuis... Jammer voor Coronis betrapte de raaf, Apollo's vogel, haar met een ander! Omdat hij Apollo van dit slippertje op de hoogte wou brengen, vloog hij naar de godheid toe.

De kraai Cornix vloog nieuwsgierig met hem mee. Toen hij hoorde waarom de raaf naar Apollo wou, zei hij: "Ach, ondankbaarheid zal dus ook jouw deel zijn. Kijk wat er zo van mij geworden is. Als je wil weten hoe dat kwam, luister dan goed naar wat ik ooit zei, met de beste bedoelingen bezield.
 

Het verhaal van Erichthonius

Erichthonius, een baby die nooit in een moederschoot is gegroeid, was ooit door Minerva in een mand van Attisch vlechtwerk gestopt. De godin vertrouwde de mand toe aan de drie dochters van de draakmens Cecrops zonder dat de meisjes mochten zien wat de inhoud van het pak was. Ik verborg mij in de dichte takken van een olm en keek van daaruit wat er zou gebeuren. Twee van de dochters, Herse en Pandrosos bleven trouw aan wat Minerva hen had opgelegd maar de derde, Aglauros, schold haar zusters uit voor bangerds en peuterde de knopen los. Toen het mandje geopend was, zagen ze daarin een baby die deels mens, deels slang was.

Ik ging dit voorval vertellen aan de godin Minerva en als beloning stelde ze mij achter bij de nachtuil, die haar lievelingsvogel werd! Mijn straf is wel goede waarschuwing voor vogels dat ze op hun woorden moeten letten! En Minerva stond nochtans altijd klaar om mij te helpen als ik haar nodig had, vraag het haar zelf maar. Ze zal wel boos zijn, maar kwaad of niet, ze zal me zeker niet tegenspreken, want mijn verhaal is welbekend: Coroneus, een vermaarde koning van Phocis, was mijn vader.
 

Cornix verandert in een kraai

Ik was dus ooit een prinses en werd door heel wat rijke vrijers begeerd, maar ik zal nu vertellen hoe mijn schoonheid ooit bijna mijn ondergang werd. Op een dag wandelde ik met trage stapjes langs het strand - zoals ik tegenwoordig nog vaak doe - toen een zeegod mij opmerkte. Hij was op slag verliefd en trachtte mij voor zich te winnen met lieve woordjes en zachte smeekbeden. Omdat ik niet toegaf, wou hij mij dwingen en zette de achtervolging in. Weg van het vochtige zand liep ik naar het droge, mulle zand.

Daar raakte ik snel uitgeput en bad tot hemel en aarde, maar niemand hoorde mij, behalve Minerva. De maagd onder de goden kwam mij, de maagdelijke Cornix, te hulp. Ik strekte mijn armen hemelwaarts en plots werden ze bedekt met zwarte, donzen veertjes! Ik trachtte die vreemde mantel van mijn lijf te trekken maar merkte dat het verenkleed aan mijn huid vast zat. Huilend wou ik mijn vuisten ballen en op mijn blote borst slaan, maar ik kon mijn borst niet ontbloten en ik had geen vuisten meer. Tenslotte liep ik weg, maar niet zoals tevoren, met mijn voeten door het mulle zand. Nee, ik liet het strand los en vloog over het water. Van dan af was ik in alle eer en deugd Minerva's vogel. Het mooie liedje duurde echter niet lang want die eer moest ik aan Nyctimene afstaan toen ze na een vreselijke daad in een uil veranderde.
 

Nyctimene verandert in een nachtuil

Wat? Ken je het bekendste verhaal van heel het eiland Lesbos niet? Nyctimene werd, nadat ze met haar vader had geslapen, een uil die altijd het daglicht en de blik van de mensen ontvlucht; ze wordt gemeden door alle andere vogels en leeft, doodbeschaamd, enkel in het duister van de nacht..."
 

De raaf verwittigt tenslotte Apollo

Zo taterde Cornix maar verder en verder tot de raaf plotseling riep: "Alsjeblieft, maak dat je wegkomt met al je geklets! Dit brengt enkel onheil!" En zonder dat hij door al deze waarschuwende verhalen was beginnen twijfelen of hij Apollo wel of niet op de hoogte moest brengen van Coronis' ontrouw, zette de raaf zijn tocht naar de godheid voort. Hij vertelde Apollo tenslotte dat hij Coronis met een Thessaliër in bed had zien liggen...
 

Apollo doodt Coronis

Bij het horen van het slechte nieuws viel Apollo's lauwerkrans van zijn hoofd, zijn blik verstarde en zijn citerpen haperde; zijn hart kookte en zwol van boosheid. Hij greep naar zijn oude, vertrouwde pijlen, spande zijn prachtig afgewerkte boog en met een onontkoombaar schot trof hij Coronis' borst - die hij vroeger zo vaak tegen zich had aangedrukt. Coronis schreeuwde van pijn en rukte de ijzeren pijlpunt uit haar borst, waarna het bloed uit haar lichaam gutste en een rood spoor achterliet op haar blank lichaam. Ze riep Apollo haar laatste woorden toe: "Je had mij beter gestraft nadat ik ons kind had gebaard - nu sterft het samen met mij..."

Samen met haar bloed vloeide het leven uit haar weg en doodse kou nam al vlug bezit van haar zieltogend lichaam. Onmiddellijk - maar toch te laat - had Apollo spijt van zijn genadeloze wraak. Hij haatte zichzelf omdat hij zo boos geworden was door te luisteren naar de babbelzieke raaf, die rotvogel die hem zo'n boze daad was komen melden. Hij haatte zijn boog, zijn hand en die ondoordacht afgeschoten pijl; hij koesterde haar snel verzwakkend lichaam en wou haar lot bestrijden met vergeefse heelmiddelen: alle hulp kwam te laat.

Toen hij zag dat het niet baatte en de dood waarin zij weggleed al heel dichtbij was, slaakte hij diepe zuchten - want goden kunnen geen tranen laten vloeien; zo diep klonken zijn zuchten alsof ergens een koe loeide omdat ze zag hoe de moker in een mannenhand hoog op zwaaide voordat hij met een luide dreun de slapen van haar nog zogend kalfje zou verbrijzelen. Maar toen hij haar die laatste, nog niet verdiende dodeneer bewees, haar kuste en met reukwerk besprenkelde, kon hij de gedachte niet verdragen dat ook zijn zaad, samen met het lichaam van Coronis, op de brandstapel zou vergaan: hij ontnam het kind aan de dood en aan Coronis' moederschoot en vertrouwde het toe aan Chiron, de Kentaur. De raaf, die voor zijn dienst een beloning had verwacht, kreeg als straf van dan af pikzwarte veren.
 

Het kind van Apollo wordt door Chiron opgevoed; Aesculapius' toekomst

Chiron, de paardmens, was intussen zeer tevreden met de eervolle taak om een jongen van goddelijke afkomst te mogen opvoeden. Ocyrrhoë, die ooit door de nimf Chariclo aan de oever van de naar haar genoemde stroom was gebaard, kwam naar hem toe; haar rode haren hingen los op haar schouders. Ze was haar vader door diens wijze lessen reeds intellectueel voorbijgestreefd: ze had de gave om de toekomst te voorspellen. Toen ze als profetes in trance was geraakt, bezeten door de godheid die ze in zich liet wonen, sprak ze tot het kind:

"Groei maar op jij, tot de redder van de hele wereld. Steeds zullen mensen hun leven danken aan jouw kracht, want jij krijgt de macht om hun zielen te doen herleven. Maar zodra je die gave gebruikt, stoor je de goden en zal het vuur van Jupiter je tegenhouden. Je zult van een god in een schim veranderen, en van een schim weer god worden. Zo zal je lot tweemaal keren. En jij, mijn onsterfelijke vader, zult nog wensen om toch te kunnen sterven wanneer je lichaam, door giftig slangenbloed gewond, door pijn gefolterd wordt. Dan word je vanuit de hemel uit je onsterfelijkheid verlost wanneer de drie Schikgodinnen je levensdraad zullen breken..."

Ze was nog niet klaar met haar voorspellingen toen ze diep zuchtte; tranen biggelden langs haar wangen en ze zei: "Mijn noodlot haalt me in... Ik mag niet langer spreken... Mijn stem wordt van haar klank beroofd. Had ik door mijn waarzegkunst de woede van de goden maar nooit opgewekt, had ik maar nooit de toekomst gekend! Kijk, het lijkt alsof ik mijn mensenlichaam verlies, ik heb al zin om gras te eten en om in het wijde veld te galopperen... Ik word een paard, net als mijn vader! Maar waarom helemaal paard? Mijn vader was slechts half paard en hield nog de helft van zijn mensenlichaam over..."

Zo ging ze door met klagen, maar haar laatste zinnen waren nog slechts verwarde klanken, niet van een paard, eerder van een mens die een paard tracht na te bootsen. Na korte tijd kon zij enkel nog gehinnik uitbrengen; haar handen, die reeds bestonden uit vijf aaneengegroeide vingers en vijf tot een stuk hoorn aaneengegroeide nagels, zochten grasgrond; haar mond en hals verbreedden en haar mantel vormde nu een staart. Haar losse haarlokken, eerst tot op haar schouders hangend, vielen nu als manen opzij; haar gelaat en stem, en zelfs haar naam - "Hippe" - waren door dit wonder totaal veranderd.

De verandering van zijn dochter maakte Chiron droevig en hij smeekte Apollo om hulp. Tevergeefs echter, want zelfs Apollo heeft niet de macht om de bevelen van de oppergod te veranderen... En zelfs als Apollo dat had gekund, dan kon hij de woorden van Chiron niet horen: hij was nog in Elis.