Uit LIBER SEXTUS
 

Sven Cogge

3 LaMt

1997-1998
 

Minerva en Arachne

Een weefwedstrijd

Nadat Minerva naar het zingen had geluisterd, het lied van de muzen had geprezen en hun wraak had goedgekeurd, dacht zij: "Ik prijs nu wel een ander, maar ik wil zelf ook worden geëerd; ik laat niet straffeloos met mij spotten." Daarmee bedoelde zij wat er gebeurd was met Arachne in Lydië.

Minerva had gehoord dat die haar in de weefkunst naar de kroon stak. Het meisje blonk niet uit door stand of afkomst maar door haar vakmanschap. Haar vader, Idmon, was wolverver in Colophon waar hij natte wol met Lydisch purper bewerkte. Haar moeder behoorde net als haar man tot het volk, maar was al overleden.

Hoewel Arachne in alle eenvoud geboren was in het dorpje Hypaepa (waar ze nog altijd woonde), was ze in alle steden bekend geworden om haar vaardigheid. Bergnimfen daalden van de met wijnranken begroeide Tmolus af om met verbazing naar haar werk te kijken en waternimfen lieten er graag even de Pactolus-stroom voor in de steek.

Niet alleen het bekijken van de bewerkte stoffen was heerlijk, maar ook het gadeslaan van het vervaardigen van de stoffen was een feest, hoe ze de ruwe strengen tot een kluwen opwond of vingervlug begon te kaarden, hoe ze een lange zachte draad uit een wolk van wol trok, steeds opnieuw, hoe ze handig met de duim de gladde spoel deed gaan, hoe ze patronen weefde alsof ze les zou gehad hebben van Minerva, het was een wonder om naar te kijken! Maar zelf ontkende Arachne dat ze les zou hebben gekregen van Minerva; ze voelde zich beledigd met zo'n lerares en ze riep: "Ze mag zich met mij komen meten en als ze van mij wint, mag ze alles met me doen wat ze wil."

Minerva kleedde zich nu als oude vrouw en vermomde zich met vals grijs haar. Ze steunde met haar zwakke leden op een stok en sprak tot Arachne: "Niet alles van de ouderdom valt af te keuren, levenswijsheid komt met rijpe jaren. Volg dus mijn raad: hier op aarde mag je de hoogste roem genieten, maar voor Minerva moet je wijken. Vraag haar vergiffenis voor je brutale woorden en ze zal je die zeker geven."

Het meisje keek haar dreigend aan terwijl de draad uit haar hand schoot, en bijna wou de nietsvermoedende Arachne Minerva slaan. Terwijl de boosheid uit haar ogen vlamde, snauwde ze: "Je bent niet goed wijs! Wat kom je hier doen, zo zwak en grijs van de jaren? Als er bij jou thuis dochters of schoondochters zijn, hou daar dan maar van die praatjes! Ik maak mijn eigen plannen wel; denk maar niet dat jouw raad veel indruk op mij heeft gemaakt, je brengt me niet op andere gedachten! Trouwens, waar blijft Minerva? Durft zij misschien geen wedstrijd aan?"

"Ze is er al!" riep Minerva en zij werd van oude vrouw opnieuw een godin. Nimfen en jonge vrouwen uit de streek knielden voor haar verschijning, alleen Arachne was niet bang - hoewel ze bloosde en er even een rode kleur over haar stuurs gelaat trok. Onmiddellijk herwon ze haar zelfbeheersing, zoals de hemel purperkleurig wordt wanneer Aurora net ontwaakt, om dan in korte tijd bij zonsopgang hel licht te worden.

De dwaze Arachne bleef bij haar plan; ze wou de hoogste eer, zich niet bewust dat ze haar noodlot tegemoet snelde. Minerva hield haar niet tegen, waarschuwde niet meer en stelde de wedstrijd niet uit.

Dadelijk zetten zij hun weefstoel klaar en brachten ieder voor zich de fijne draden aan, de schering strak vanaf de weversboom; een rieten stok verdeelde de draden. De inslagdraad, die door hun vingers gleed, werd er doorheen gewerkt en dan, door het neerslaan van de weefkam, aangedrukt. Ze werkten snel, de rokken opgeschort tot op de knieën, de handen kundig bezig met de kunst die hen geen moeite scheen te kosten.

Ze weefden purperen wol die in Tyrus in bronzen kuipen was bereid, en brachten zachte, lichte kleurnuances aan, zoals een regenboog doet bij zonlicht dat door een bui gebroken werd en een groot stuk van de hemel kleurt. Er glinsterden wel duizend tinten, maar waar die tinten veranderden van kleur, was voor geen oog te zien. Zij werkten dicht naast elkaar, aan elkaar gewaagd. Ook werd er nog een sterke gouddraad in hun stof verwerkt waarmee een bekend verhaal in het weefsel werd getekend.
 

Een beschrijving van het weefsel van Minerva

Minerva beeldde de Areopaag naast de burcht van Athene uit, met de bekende ruzie over hoe de nieuwe stad moest heten. Twaalf goden zetelden plechtig; onder hen Jupiter die in het midden zat. Elke god was herkenbaar aan zijn gestalte: die van Jupiter was vorstelijk, Neptunus beeldde zij staande af. Hij sloeg zijn lange drietand tegen de ruwe rots en uit de stenen wonde spoot een zoetwaterbron, zijn inzet om de stad te winnen.

Ze borduurde ook zichzelf met schild en scherpe lans, met op het hoofd haar helm, haar borst beveiligd door de aegis met de slangen en toonde hoe uit de bodem, waar zij met haar lans sloeg, een grijze olijfboom groeide. De goden keken vol bewondering toe; Victoria bekroonde haar geschenk.

En dan, om haar rivale te verwittigen voor de straf die zij voor haar brutale mond kon verwachten, weefde ze ook nog een viertal wedstrijdscènes in de vier hoeken van het weefsel; ze vielen op door hun heldere kleur en fijne tekening. De eerst hoek toonde Rhodope en Haemus, thans besneeuwde Thrakische bergen, vroeger sterfelijke wezens die zichzelf de hoogste godennamen hadden toegeëigend. Het droeve lot van de Pygmeeënkoningin vulde de tweede hoek. Ook zij verloor haar strijd en Juno liet haar veranderen in een kraanvogel, een vijand van haar eigen volk.

De derde hoek toonde hoe Antigone zich durfde meten met Juno, koningin en tevens vrouw van Jupiter, en in een vogel werd veranderd. Troje noch haar vader Laomedon konden verhoeden dat zij zich met blanke veren steeds als ooievaar op de borst sloeg, klepperend met haar snavel. Tenslotte borduurde ze in de laatste hoek de kinderloze Cinyras die de tempeltrap kuste, de steen waarin zijn eigen dochters veranderd waren: je zag hem daar liggen en tranen storten. Dan maakte zij nog een rand van vrede brengende olijven, haar eigen boom, waarmee ze het werkstuk afrondde en omlijstte.
 

Een beschrijving van het weefsel van Arachne.

Arachne beeldde Europa uit die bedrogen werd door de stierengedaante van Jupiter, maar de stier leek echt, net zoals het zee-oppervlak. Je zag het meisje kijken naar het langzaam verdwijnend strand. Ze riep naar haar vriendinnen en uit angst voor het naderend geweld van de golven had ze bang haar voeten opgetrokken. Je zag ook een adelaar die de tegenstribbelende Asteria ontvoerde en wat verder lag Leda tussen de zwanenvleugels. Ze liet ook zien hoe Jupiter, die vermomd was als een sater, de charmante dochter van Nycteus van een tweeling zwanger maakte en hoe hij als Amphitryon Alcmene verleidde, als gouden regen Danaë, Aegina met een vuurgloed, Mnemosyne als herder en als een gevlekte slang Proserpina.

Ze liet ook zien hoe Neptunus de dochter van Aeolus overweldigde als een woeste stier en als riviergod twee zonen verwekte; Theophane misleidde hij als ram, de blondgelokte milde moeder van het graan benaderde hij als paard, de moeder van Pegasus, de Medusa met slangenhaar, als vogel en Melantho als dolfijn. Al die figuren gaf zij eigen trekken en een eigen omgeving.

Dan was Apollo daar, eerst vermomd als boer; dan droeg hij haviksvleugels, dan een leeuwenhuid of deed zich als herder voor bij Issa, de dochter van Makar. Verder was er Bacchus die Erigone verleidde met valse druiven, en Saturnus die in de gedaante van een paard Chiron de Kentaur verwekte. Tenslotte weefde ze langs de buitenranden smalle banen van bloemen tussen speelse klimopslingers.
 

Minerva is jaloers op de weefkunst van Arachne

Minerva kon zoiets niet verdragen. Groen van afgunst had ze het kleurrijk kleed met al die godenstreken stukgescheurd! En nu ze toch haar naald van buxushout in haar handen had, priemde zij daarmee meermaals in Arachne's voorhoofd!

Dat was het arme kind te veel. Ze wilde zelfmoord plegen met een touw maar toen zij daar hing, kreeg Minerva medelijden; ze bevrijdde haar en zei: "Leef verder, maar leef wel aan een draad, stom kind! En spin geen hoop op later, want jouw straf geldt ook als vonnis voor je kinderen en heel je nageslacht", waarna zij afscheid nam en Arachne met sap van toverkruiden besprenkelde.

Bij het voelen van dat pijnlijk vocht vielen Arachne's lokken af en verdwenen ook haar neus en oren. Ze kreeg een piepklein hoofdje en heel haar lijf verkleinde. Haar smalle ledematen staken nu als sprieten uit, de rest was buik. Toch weet zij daaruit nog steeds een draad te spinnen: net als vroeger blijft zij als spin haar weefsels maken.