Uit LIBER OCTAVUS
 

Silvie Salomez

3 LaMt

1998-1999
 

Tijdens de jacht op het everzwijn falen velen

Er lag een dicht woud midden in een vlakte. Daar aangekomen ging een deel van de mannen jachtnetten spannen; een ander deel liet de honden los of volgde de hoefindrukken om het zwijn op te sporen. Het was een diep dal waar regenwater altijd in beekjes naar omlaag kwam. In de laagte groeiden er taaie wilgen, moerasriet, gras en struiken.

Het zwijn dat van hieruit werd opgejaagd, schoot razendsnel op zijn belagers af. De jagers schreeuwden en hielden de speren op het dier gericht. Het viel aan en beet elke hond die het waagde op zijn pad te komen. Echion slingerde als eerste zijn werpspies maar ze raakte alleen een esdoorn. Jasons speer vloog over het zwijn heen. Mopsus riep: "Apollo! Zowaar ik jou eer en altijd heb geëerd, maak dat mijn speer zijn doel bereikt!"

De god verhoorde tot op zekere hoogte de bede: het zwijn werd wel geraakt maar niet gekwetst omdat Diana de speerpunt in de lucht al had vernietigd. Het zwijn werd nog kwader. In zijn stormloop beukte hij Hippalmus en Pelagon omver. Toen Enaesimus in paniek wou vluchten, knauwde het zwijn zijn kniepees over, waardoor deze jager door zijn benen zakte. Nestor ontsnapte op het nippertje aan hetzelfde lot omdat hij in de takken van de dichtstbijzijnde boom was gesprongen. Het beest sleep zijn slagtanden tegen de stam van de boom om daarna bij Eurytus' zoon diezelfde kromme tanden in het bovenbeen te haken.

De tweelingbroers Castor en Pollux kwamen aangereden op sneeuwwitte paarden, elk zwaaiend met een lans. Maar het borstelige zwijn week uit tussen donkere bomen waar noch een paard, noch een pijl doorheen kon. Telamon zette de achtervolging in maar struikelde over een wortel. Peleus hielp hem weer op de been. Atalanta schoot een pijl af die langs de rug van het zwijn bleef steken in de huid achter het oor: een straaltje bloed sijpelde door de haren van het dier. Meleager was de eerste die het zag; hij wees zijn makkers op het bloedspoor en riep trots naar Atalanta: "Jij mag de prijs van vakmanschap krijgen!"

Waarop de jagers, rood van schaamte, zich probeerden te vermannen door te schreeuwen en in het wilde weg te gaan schieten. Ancaeus riep terwijl hij vervaarlijk met zijn bijl zwaaide: "Jongens, uit de weg! Ik laat wel even zien dat mannen met wapens meer presteren dan zo'n meisje!" Maar... het wilde dier stootte hem met zijn scherpe tanden boven in zijn buik. Ancaeus zakte ineen en zijn ingewanden gleden naar buiten; de aarde kleurde rood van zijn bloed.

Dan wou Pirithoüs het zwijn aanvallen. Maar Theseus hield hem tegen en wierp zelf zijn spies die in een boomtak bleef steken. Ook Jason mikte met een werpspies die echter afweek en het onverdiende eind betekende van Celadon. Toen greep Meleager zijn kans. Hij wierp tweemaal: de eerste lans bleef in de grond steken maar de tweede raakte zijn doel. Het beest ging vreselijk tekeer van de pijn. Meleager naderde en stak zijn jachtmes in de flanken van het monster. Zijn vrienden schreeuwden enthousiast en liepen op hem af om hem de hand te schudden. Ze durfden het grote dier nog niet aanraken, maar ieder prikte wel even met zijn speerpunt in het bloed.
 

Meleager geeft Atalanta het mooiste deel van de buit

Meleager steunde met één voet op de kop van het monster. Hij riep Atalanta bij zich en bood haar een stuk rug en de kop van het zwijn aan. Het meisje was zeer blij met haar geschenk, maar er ontstond natuurlijk jaloezie: de rest van het gezelschap mopperde. Plexippus en Toxeus riepen met opgestoken vuist en harde stem: "Zeg, vrouwmens, leg dat maar neer, bemoei je niet met onze prijzen! Vertrouw ook maar niet te veel op je eigen charmes! Die verliefde winnaar helpt je heus niet!" En toen namen ze haar prijs af.

Maar Meleager pikte dat niet en barstend van woede stak hij zijn zwaard in Plexippus' hart. Toxeus die twijfelde wat hij moest doen, werd gedood door het zwaard dat nog lauw was van zijn broers bloed.
 

Althaea, moeder van Meleager, is in tweestrijd

Terwijl Althaea de goden in de tempels dank bracht vanwege het succes van haar zoon, zag ze opeens een stoet naderen met de lijken van haar broers. Haar geween en rouwmisbaar klonken de hele stad door. Maar toen ze hoorde wie haar broers vermoord had, ruilde ze tranen en rouw voor een niet te stillen honger naar wraak.

Toen zij nog in het kraambed lag, hadden de drie Schikgodinnen een tak in de haard geworpen en voorspeld dat Meleager dezelfde levensduur zou hebben als die tak. Toen de godinnen waren weggegaan, had Althaea het gloeiend stuk hout snel uit het vuur gehaald en in water gedompeld; sinds die tijd lag het zorgvuldig in huis verborgen.

Nu haalde de moeder het te voorschijn en ontstak een dreigend vuur. Viermaal trachtte ze de tak in de vlammen te gooien, maar viermaal schrok ze terug: haar hart was in tweestrijd tussen moeder zijn en zuster zijn. Maar toch won de zuster het uiteindelijk van de moeder omdat haar broers die dood niet verdiend hadden en omdat haar zoon voor zijn misdaad moest gestraft worden. En daarom zei ze: "In die vlammen zal mijn vlees en bloed vergaan!"

Ze pakte het stuk hout vast en riep de Eumeniden aan om toe te zien op dit dodenoffer. Na lang twijfelen wierp ze met bevende hand en afgewend gezicht de dood brengende tak recht in de vlammen. Het was alsof het hout kreunde toen het door het vuur werd aangevreten en verbrandde.