Uit LIBER QUARTUS
 

Sandrine Vandevoorde

3 LaMt

1996-1997
 

De dochters van Minyas, het derde verhaal: Hermaphroditus en Salmacis

Als laatste nam Alcithoë het woord. Ze wou het niet hebben over de herder Daphnis, hoe hij bij de Ida-berg in steen veranderde omdat een nimf jaloers was op zijn vriendin (dat verhaal kende iedereen). Ze wou ook niet over Sithon vertellen die om beurt man en vrouw was, noch over Celmis, de trouwe oppas van Jupiter die in steen veranderde, noch over de priesters die ontstaan waren uit een onweerswolk, noch over Crocus en Smilax die bloemen werden. Haar verhaal moest gaan over iets onbekends dat terzelfder tijd boeiend was... Toen begon ze te vertellen.

"Jullie weten dat de bron Salmacis erg berucht is; haar water verwijft diegene die het aanraakt. Niemand schijnt eigenlijk de oorzaak daarvan te kennen; luister dus aandachtig! Mercurius (Hermes) en Venus (Aphrodite) hadden een zoon, Hermaphroditus, die was grootgebracht door nimfen in de grotten van de Ida-berg. Zijn naam had hij natuurlijk ontleend aan zijn beide ouders. Ook wat uiterlijk betrof, geleek hij op beide goden.

Op zijn zestiende verliet hij de nimfen die tot dan toe voor hem gezorgd hadden. Hij wou de wereld zien, en zijn reislust maakte zijn zware tochten licht. Zo kwam hij in Lycië bij de Cariërs waar hij een diepe vijver met helder water ontdekte. De oever was als het ware bekranst met fris groen en gras. Daar woonde een nimf die geen aandacht schonk aan jagen; ze was de enige nimf die de jagende Diana nooit gezien had.

Haar zusters hadden al vaak geroepen: 'Toe, Salmacis, neem een speer en breek met je luiheid door eens flink mee te gaan jagen.' Maar ze greep geen speer, ze wilde niet met haar luiheid breken. Ze poedelde graag in haar eentje in haar eigen bron, kamde haar haren en keek welke haartooi haar het best stond. Ze kleedde zich in fijne, doorschijnende gewaden, lag graag in het gras te niksen en plukte graag bloemen.

Op een dag, tijdens het bloemen plukken, zag ze Hermaphroditus; op slag was ze verliefd tot over haar oren. Ze maakte zich zorgvuldig op en ging naar hem toe. Salmacis zei lieve dingen zoals: 'Jij bent mijn god - in mijn ogen ben jij alleszins een god; jij moet Cupido zijn! Wat een bron van voldoening moet je wel zijn voor je ouders! Wat moeten jouw broer en jouw zus trots op je zijn! Maar hoeveel gelukkiger is het meisje dat zich jouw verloofde noemen mag... Als ze bestaat, dan mag mijn liefde voor jou goed verborgen blijven; als je nog geen verloofde hebt, neem mij dan: deel je huwelijksnacht met mij!' Waarop de knaap fel begon te blozen... Dat beschouwde Salmacis niet als een afwijzing, maar toen ze hem een kus wou geven, desnoods een kuise kus, zoals een zus geeft aan haar broer, riep hij dat ze moest ophouden, dat hij van haar zou weggaan. Salmacis antwoordde geschrokken: 'Ik laat je al alleen!' en ze ging weg - of deed alsof. Ze verborg zich in de struiken waarna Hermaphroditus, als iemand die zich helemaal alleen waant, rond de vijver begon te wandelen.

Het water was zo uitnodigend dat hij eerst zijn tenen, dan zijn voeten tot aan de enkel in de vijver stak. Het voelde lekker aan; daarom trok hij vlug zijn kleren uit. Salmacis bekeek het prachtige, naakte jongenslichaam met glinsterende ogen, haar verlangen werd steeds groter... Ze kon niet meer blijven zitten, ze wou nu over hem beschikken! De jongen dook in het water en zwom glinsterend rond. 'Nu heb ik hem!' dacht ze, 'Nu heb ik gewonnen!' Ze liep snel naar de vijver, gooide haar kleren af en dook in het water.

Ze omarmde hem en kuste hem tegen zijn zin, ze streelde zijn onwillig lichaam en ze klemde zich tegen de jongen aan. Hij stribbelde tegen, rukte zich los en bleef zich koppig verzetten. Maar voor Salmacis was dat geen reden om te stoppen. Ze bleef aan hem vastgeklampt en vroeg de goden dat Hermaphroditus voor altijd bij haar zou blijven. Wat de goden ook toestonden: Hermaphroditus en Salmacis groeiden samen tot een persoon, een tweeslachtig wezen, half man en half vrouw.

Toen Hermaphroditus merkte dat hij, die als een man in de vijver was gedoken, er in een halve vrouw en een halve man veranderd was, vroeg hij met een stem die geen echte mannenstem meer was, zijn ouders dat voortaan elke man die in dit water zou zwemmen, er als een halve man weer zou uitkomen. Mercurius en Venus vervulden die wens en gaven het water die verdorven wonderkracht."