Uit LIBER TERTIUS DECIMUS
 

Rea Malfait

3 LaWi

2000-2001
 

De redevoering van Ajax

De leiders namen plaats en toen het leger rond hen stond, trad Ajax, buiten zichzelf van woede, naar voor. Bars en boos liet hij zijn blikken over de kustlijn gaan, langs de schepen op het strand, en riep met de armen wijd open:

"Bij Jupiter! Ik mag mijn eer hier, voor de vloot, verdedigen en tegen wie? Odysseus! De man die zonder aarzeling voor Hectors fakkels week, terwijl ik bleef vechten; ik heb de schepen van het vuur gered! Hij vindt het nu dus veiliger met leugens te strijden dan echt te vechten. Maar goed, spreken ligt mij evenmin als vechten hem ligt; en wat ik waard ben op het slagveld, is hij alleen met woorden waard.

Toch denk ik, Grieken, dat ik jullie niet over mijn overwinningen hoef te vertellen, want jullie hebben ze gezien. Laat Odysseus liever spreken over de zijne, al dat werk waar niemand anders dan Moeder Natuur van weet… Ik streef naar hoge eer, maar hij bederft de wedstrijd, want een Ajax kan nooit pronken met iets waar ook Odysseus aanspraak op maakte, hoe prachtig het ook is. Odysseus ziet zijn pogingen om de wapens te krijgen al met succes bekroond, want als hij verliest, zal hij bekend staan als de aartsvijand van Ajax, een grote eer voor hem!

Maar zelfs als men niet in mijn kracht gelooft, dan ben ik nog altijd sterker door mijn afkomst. Want ik ben de zoon van Telamon; mijn vader nam onder Hercules’ gezag de burcht van Troje in en voer met het Argosschip van Pagasae naar Colchis; ik ben de kleinzoon van Aeacus die recht spreekt in het rijk van de stille dood, waar Sisyphus zijn zwaar rotsblok rolt. Aeacus wordt door de hoge Jupiter erkend als zijn zoon en ik, Ajax, ben dus de achterkleinzoon van de oppergod! Toch mag die stamboom mij niet helpen, behalve dan dat ik daardoor verwant ben aan de held Achilles: hij was mijn neef, als neef eis ik dan ook zijn wapens op. Maar jij, Odysseus, nakomeling van diezelfde Sisyphus van wie je leugens en bedrog hebt geërfd, wat ben jij in Aeacus’ familie?

Komt mij, die zelfstandig en lang voor hem ten strijde trok, die wapenuitrusting dan niet toe? Verkiest men hem, omdat hij zo traag de wapens opnam en aan de strijd wou ontsnappen door zich als waanzinnige voor te doen, tot zijn laffe leugenpraat ontmaskerd werd door Palamedes? Want die was nog slimmer dan hij en sleurde hem mee naar het slagveld. Krijgt hij nu de beste wapens omdat hij niets van wapens wilde weten? Blijf ik onbeloond en van familiegiften verstoken, ik die altijd als eerste naar het heetst van de strijd ging?

Och, was zijn waanzin echt geweest! Had men hem maar geloofd! Dan zou die man, die nu alleen maar rampen veroorzaakt, nooit met ons naar Troje zijn gekomen... Dan zou Philoctetes ook nooit, door onze schuld, op Lemnos’ strand zijn afgezet... Daar ontroert hij, volgens de laatste berichten, in bossen en spelonken weggedoken, rotsen met zijn geklaag en smeekt hij de goden wraak te nemen op Odysseus, verdiende wraak. Als er echt goden bestaan, laat dan zijn smeekbeden verhoord worden!

Philoctetes zwoer, helaas voor hem, dezelfde eed als wij, hij was een van onze leiders en hij mag de boog en pijlen van Hercules bezitten. Geknakt door pijn en honger dekt hij zich nu met veren en leeft hij van vogels die hij neerschiet met pijlen die voor Troje’s ondergang bestemd waren. Maar goed, hij leeft nog, nu hij van Odysseus af is…

Hoe graag zou ook die arme Palamedes gedeserteerd zijn! Dan was hij niet gestorven en vooral niet zo oneervol: Odysseus, die hem de ontdekking van zijn pseudo-waanzin maar al te kwalijk nam, betichtte hem op valse gronden van landverraad door te wijzen op een goudschat die hij eerst zelf had verstopt! Zo vecht Odysseus, dat maakt hem gevaarlijk.

Hij mag met woorden winnen, zelfs van onze trouwe Nestor, maar nooit zal hij mij overtuigen dat zijn ontrouw aan diezelfde Nestor geen misdaad was. Want toen de vermoeide grijsaard, wiens paard gewond was, Odysseus om hulp riep, liet zijn ‘vriend’ hem in de steek. Dat mijn aanklacht geen leugens zijn, weet Diomedes wel: die heeft hem nog geroepen, ingehaald en hem zijn laffe vlucht verweten.

Ook de goden zien rechtvaardig op het mensdom neer: diegene die geen hulp bood, kreeg geen hulp. Hij kwam in nood en riep om hulp… Ik ging erop af, ik zag hem trillen, hij lag daar lijkwit van angst, bevend voor de naderende dood. Met mijn schild als bolwerk gaf ik hem dekking en redde de slappeling. Niet bepaald een grootse prestatie! Odysseus! Als je graag blijft vechten, denk dan aan dat slagveld. Denk aan de vijand, denk aan je wonden en aan je bange hart. Kom dan weer bij mijn schild schuilen, ik zal je weer dekken…

Nadat ik hem gered had, nam de man, die door de pijn zogezegd niet eens kon staan, opeens de benen, zonder hinder te hebben van zijn verwondingen: Hector naderde, en die heeft de goden aan zijn kant. Waar Hector aanstormt, heerst er paniek. Niet alleen bij jou, Odysseus, maar ook bij echte helden. Zoveel schrik zaait hij! Ik was het die Hector met een kei van ver trof toen hij weer eens te koop liep met zijn bloedige successen. Toen hij ons opriep om met hem te duelleren, heb ik hem heel alleen weerstaan. De hoop van alle Grieken dat ik dat zou kunnen, bleek terecht. Als je naar de afloop van het duel vraagt: ik heb niet verloren…

En toen de Trojanen dankzij Jupiter hun vuur en wapens naar ons scheepskamp brachten, waar was Odysseus toen met al zijn mooie praatjes? Jullie weten dat door mijn moed veel schepen gered zijn, een daardoor jullie kans op terugkeer. Wijs mij in ruil daarvoor die wapens toe! Als ik eerlijk mag zijn, die wapens worden dan wel meer geëerd dan ik, maar ze passen bij mijn roem. Niet Ajax wil die wapens, maar zij willen Ajax!

Wat zal die man van Ithaka hier tegen inbrengen? Rhesus of Dolon? Moorden op weerloze mannen! De vangst van Helenus? Het Pallasbeeld? Odysseus doet nooit iets bij daglicht en ook nooit zonder Diomedes. Als jullie hem straks de wapens zouden toekennen voor zijn vuile streken, verdeel ze dan en geef het grootste deel aan Diomedes. Wat moet die Ithakees, die altijd ongewapend op tegenstanders afgaat en hen met bedrog verrast, ermee doen? Alleen de glans al van die stralende gouden helm zal hem straks, tijdens het spioneren, in elke hinderlaag verraden! Maar ook Achilles’ helm zal te zwaar zijn voor het hoofd van een eilandvorst en die speer van Pelisch hout kan alleen maar te zwaar zijn voor zijn zwakke armen. Achilles’ schild, waarop heel de wereld gesmeed staat, past niet bij een bange linkerarm die leeft van diefstal!

Zeg schurk, wat wil je met een prijs die jou nog zwakker maakt? Stel dat de Grieken fout beslissen en jij wint, dan zul je geen vrees maar rooflust bij de vijand opwekken. Vluchten, het enige waar je goed in bent, zal moeilijk worden als je zulke zware wapens moet dragen! Voeg daar nog bij dat jij een schild hebt dat nog zo goed als nieuw is, omdat je zelden vecht! Het mijne daarentegen is al duizend maal door pijlen stukgeschoten en is aan vervanging toe... Maar kom, wat doen woorden? Daden bewijzen meer: verplaats Achilles’ wapenuitrusting naar hartje Troje, laat Troje veroveren en wie de wapens terugbrengt, wint de buit…"