Uit LIBER QUINTUS DECIMUS
 

Nele Bille

3 LaMt

2001-2002
 

Aesculapius kiest het Tibereiland in Rome als woonplaats uit

Heel het volk kwam hem hier tegemoet: mannen, vrouwen en zelfs de Vestaalse Maagden, die het vuur uit Troje bewaken. De godheid werd begroet met kreten van blijdschap. Zolang het schip vooruit ging, geurde de lucht van de wierookoffers die het volk bracht aan weerszijden van de oever; er werden ook dieren geofferd. Toen Rome in zicht was, kwam de slang kijken om een geschikte plaats te vinden. Ze naderden het Tibereiland dat zo genoemd werd omdat de Tiber er rond vloeit. Daar ging de slang aan wal en nam opnieuw z’n gedaante van god aan. Als redder van de stad verloste hij de mensen van de pest.

Vergoddelijking van Julius Caesar en lof op Augustus

Zo kreeg de buitenlandse god Aesculapius een plaats in Rome, waar Caesar later god zou worden. Caesar werd een god, niet zozeer zijn roem en al zijn zegenrijke veldtochten, als wel dankzij zijn onovertroffen zoon Augustus. Caesar heeft de Britten onderworpen, heeft zijn overwinningsvloot langs de Nijl gevoerd, heeft Jubas, oproerige Numidiërs en Pontus, dat trotse land van Mithridates, bij Rome gevoegd. Hij heeft meer triomf verdiend dan hij er gevierd heeft, maar is dit alles beter dan de vader van Augustus zijn? Want Augustus heeft heel wat verwezenlijkt door toedoen van de goden!

Venus zorgde ervoor dat Caesar tot een god verheven werd: zo kon zijn zoon meer dan een mensenkind zijn. Toen Venus zag dat Caesar zou vermoord worden, sprak zij elke god in haar nabijheid aan:

"Zeg, zie je wat daar allemaal wordt bekokstoofd? Met hoeveel valsheid men de man, die de enige overlevende is uit het Trojaanse huis, bedreigt? Waarom ben ik het steeds die zo bezorgd moet zijn? Eerst werd ik zelf getroffen door de lans van Diomedes; toen kon ik nog huilen omdat Troje slecht verdedigd werd en ik moest aanzien dat mijn zoon op jarenlange zwerftocht schipbreuk leed, moest oorlog voeren tegen Turnus - of beter gezegd tegen Juno - en tenslotte stierf… En dan spreek ik alleen van familieleed van lang geleden, terwijl mijn angst op dit moment te groot is om die oude pijn te voelen… Jullie zien toch hou men ginder al die valse plannen smeedt? Ik smeek jullie om hen tegen te houden en om die misdaad stop te zetten. Laat Vesta’s vuur niet uitgaan door een moord op Vesta’s priester!"

Venus sprak alle goden in de hemel aan, helaas zonder succes! Toch voelden ze met haar mee want hoewel geen enkele god de ijzeren besluiten van de zusters van het noodlot kan breken, zond men voortekens uit die de moord van Caesar voorspelden: kletterende wapens tussen donderwolken, dreigend klaroengeschal en fluitgeluiden in de lucht. Ook de zon scheen met een strak gelaat over de bezorgde landen. Soms leek het of er in de sterrenhemel fakkels brandden en wanneer het regende , vielen er vaak druppels bloed. Zelfs Lucifer keek somber, zijn uiterlijk was met zwarte vlekken bezaaid; ook de wagen van de maan was met bloed bespat. Op veel plaatsen hoorde je de droeve kreten van de uil, duizenden ivoren beelden huilden; dreigend klaaggezang en onheilswoorden klonken in gewijde tempelbossen. Zelfs de offerdieren brachten geen hoop want hun ingewanden kondigden eveneens groot onheil aan. Men zegt dat je ’s nachts op het forum, bij de tempels en op straat het gejank van honden hoorden en dat er schimmen van doden ronddwaalden. Heel Rome werd geteisterd door hevige trillingen.

Toch konden al die voortekens het noodlot niet stoppen en het complot niet verijdelen, integendeel, met getrokken zwaarden kwamen ze bijeen in de Curio - kennelijk de beste plek voor de moord! Maar toen uitte Venus met veel kabaal haar gevoel, ze sloeg zich op de borst en probeerde Caesar te omhullen met een wolk, zoals ook Paris lang geleden aan zijn Griekse vijand ontsnapte en Aeneas ooit ontkwam aan Diomedes’ zwaard. Maar Jupiter sprak tot Venus:

"Denk jij in je eentje het onverbiddelijke lot te kunnen buigen? Ga maar naar het huis van het drietal schikgodinnen; daar zie je het lot van alle mensen. Je zult er ook het lot van je familie zien, in onverwoestbaar staal gegrift; ik heb het zelf gelezen en onthouden, en ik zal ook jou de toekomst meedelen: Venus, de tijd van de man om wie jij zo bezorgd bent, is gekomen. Nu mag hij als een god ten hemel stijgen; hij zal tempels krijgen - jij moet daarvoor zorgen, Venus, via Augustus, zijn zoon, die na hem en in zijn naam als enige de last van de regering zal dragen en met ons de moord op Caesar krachtig zal wreken.

Mutina, de fel betwiste stad, zal hem om vrede smeken; Pharsalus zal voelen hoe sterk hij is; Philippi zal opnieuw doordrenkt worden van het bloed; Pompeius’ grootheid zal in de Siliciaanse zee ten onder gaan en Cleopatra, misleid door haar echtgenoot, zal ten val komen. Haar dreigementen dat Rome’s Capitool zal knielen voor Egypte, zijn loze taal. Alle bewoonde landen zullen in zijn macht zijn, zelfs de zee zal van hem zijn.

Als hij de wereld vrede heeft gebracht, zal hij ook aandacht besteden aan het recht en de wetten op een zeer menselijke manier hervormen. Het zal Augustus’ wens zijn voor het voortbestaan van zijn familie dat zijn zoon zowel zijn titels als zijn heerschappij zal overnemen, maar pas als hij de ouderdom van Nestor heeft bereikt, zal hij ten hemel stijgen naar de hem verwante sterren. Maar eerst moet je ervoor zorgen dat Caesars ziel bevrijd wordt uit het levenloze lichaam en een ster vormt die voor altijd boven het Capitool en het Forum zal stralen."

Nauwelijks had Venus dit gehoord of ze stond al in het senaatsgebouw en zorgde ervoor dat Caesars ziel uit zijn lichaam werd bevrijd. Maar ze liet de ziel niet in de vrije lucht gaan: zij nam de ziel op en droeg hem in de richting van de sterren. Toen ze die vuurgloed vloeden branden, liet zij haar last gaan. De ziel vloog hoog voorbij de maan, als een stralende komeet die langs een wijde baan een sluier van vuur met zich meetrekt en sindsdien al de goede daden van Augustus bekijkt en blij is dat zijn zoon hem overtreft.

Lof voor keizer Augustus

Hoewel Augustus streng verbiedt om zijn daden boven die van Caesar te stellen, is zijn faam gigantisch groot. De grote Atreus ging voor Agamemnon opzij, Saturnus voor Jupiter, en dat is pas een eervol voorbeeld hier, want Jupiter beheert de hemelburcht en het drievoudige heelal; Augustus heerst hier op aarde. Beiden zijn vader en bestuurder.

Slotgebed

Ik richt me tot alle goden: tot de Penaten die Aeneas meebracht uit de brand, tot onze eigen goden, tot Romulus, onfeilbare vader van onze stad, tot Mars, vader van Romulus, tot Vesta, die aan Caesars haard geëerd is, tot Apollo, evenhoog geëerd als Vesta, tot Jupiter die het verheven Capitool bewoont en tot elke andere god die religieus geïnspireerde dichters vermeld hebben! Ik vraag hen een ding: ik wou dat Augustus pas na mijn eigen dood zou sterven, pas na mijn dood zijn wereldrijk zou moeten verlaten en zal opstijgen naar de hemel, en dat hij van daar zijn biddend volk zou beschermen!

Slotwoord van de dichter

Ik heb een werk voltooid dat nooit door vuur vernield kan worden, noch door strijd of door de tand des tijds. Nu mag het uur aanbreken dat alleen mijn lichaam wegneemt en mij mijn onvoorspelbaar einde brengt. Dan zal mijn ziel voor eeuwig tussen de sterren zweven en zal mijn naam onvergankelijk zijn. Tot in de verre landen, waar Romeinse macht zal heersen, zal men mijn werk lezen en ik zal door alle eeuwen heen - als dichterswoorden waarheid zijn - roemvol blijven leven.