Uit LIBER QUINTUS
 

Michaël Pector

3 LaWi

1997-1998
 

Het huwelijk van Perseus en Andromeda wordt verstoord

Tijdens het verhaal van Danaë's heldhaftige zoon aan zijn Ethiopisch gezelschap stormde een groep woestelingen de feestzaal binnen: in plaats van bruiloftsliederen klonken er kreten van geweld. Het nu in chaos ontaarde feest deed denken aan een kalme zee die plots door een storm verandert in een woest schuimende golvenmassa.

De brutale Phineus leidde het oproer. Hij zwaaide een vervaarlijke speer en zwoer dat hij het roven van zijn bruid zou wreken, dat Perseus zelfs met zijn vleugels niet zou ontkomen. Phineus stond al klaar om aan te vallen, maar zijn broer Cepheus trachtte hem de waanzin van het nakende gevecht duidelijk te maken.

"Waarom ga je tekeer tegen Perseus ? Het is toch Neptunus die Andromeda aan Perseus geschonken heeft? Ook de god Ammon is verantwoordelijk voor wat er gebeurd is. Andromeda werd jou ontnomen toen ze bijna dood was." Cepheus vroeg nog of Phineus Andromeda nu liever dood dan levend had gezien, want toen het meisje geketend was, had hij geen hand uitgestoken om zijn toekomstige echtgenote te redden...

"In plaats van kwaad te zijn op Perseus die haar bevrijd heeft, had je haar beter zelf gered. Andromeda behoort nu toe aan Perseus, omdat ik anders mijn enige dochter had verloren. Perseus heeft mijn dochter van de dood gered, hij heeft haar niet van jou afgenomen!"

Phineus gaf geen antwoord. Hij keek van zijn broer naar Perseus. Hij twijfelde wie van beiden hij eerst zou doden. Dan slingerde hij met al zijn krachten zijn speer naar Perseus. De punt van het wapen bleef echter steken in een kussen. Daarop gooide Perseus de speer terug naar zijn belager, maar Phineus kon nog net achter een altaar wegduiken, anders had het wapen ongetwijfeld zijn hart doorboord. De speerpunt had nu Rhoetus' hoofd getroffen. Toen men de speer uit zijn hoofd trok, schokte het lichaam nog na; het bloed spoot over de gedekte tafel...

Toen ontstaken beide clans in blinde woede. Allerlei projectielen vlogen in het rond, men riep dat behalve Perseus ook Cepheus moest sterven, maar die was al uit het huis gevlucht. Hij zwoer bij de goden van de gastvrijheid dat hij dit gevecht niet gewild had.
 

De feestzaal wordt een slagveld

De godin Minerva kwam haar broer Phineus te hulp, ze spoorde hem aan en beschermde hem met haar schild. Ook de Indiër Athis, kleinzoon van Ganges, was van de partij; de nimf Limnaea had hem gebaard in het heldere water van de Ganges. Op zestienjarige leeftijd was hij een krachtige en erg knappe man. Zijn nobele kledij deed zijn schoonheid nog beter uitkomen: hij droeg een purperen mantel met een gouden boord en gouden kettingen rond zijn hals. Om zijn geparfumeerde lokken droeg hij een haarband. Hij was erg bedreven in het speerwerpen en nog meer in het boogschieten.

Toen Athis zijn boog spande, sloeg Perseus met een rokende boomtak zijn schedel in en verpletterde daarbij zijn gelaat. Toen Athis' beste vriend, de Assyriër Lycabas, zijn makker badend in bloed op de grond zag liggen, schreeuwde hij: "Wee, Athis!". Hij greep de boog die op de grond lag en schreeuwde woedend: "Vecht maar verder tegen mij, aan het doden van Athis zal je niet lang plezier beleven. Voor deze daad verdien je meer minachting dan ontzag."

Bij deze woorden schoot Lycabas een pijl af die in een mantelplooi van Perseus bleef steken. Nu stak de zoon van Danaë met het zwaard waarmee hij Medusa had gedood, in de borst van Lycabas die met zijn laatste krachten het ontzielde lichaam van Athis zocht; toen hij hem gevonden had, legde hij zich neer naast zijn vriend.

Toen bonden Phorbas uit Syene, zoon van Metion, en de Lybiër Amphimedon de strijd aan; beiden gleden echter uit in het warme bloed dat over de vloer stroomde. Toen ze recht wilden staan, werd er bij Amphimedon een zwaard tussen de ribben gestoken, en bij Phorbas een doorheen zijn keel.

Daarna kwam Actor, de zoon van Erytus, in actie met zijn gevreesd wapen: de dubbele strijdbijl. Perseus trok geen wapen om zich tegen hem te verdedigen maar gooide en massieve wijnschaal naar het hoofd van zijn tegenstander. Actor braakte een rode bloedstraal uit alvorens hij met zijn achterhoofd tegen de stenen vloer dood neerviel.

Toen stierven door de hand van Perseus achtereenvolgens nog Polydegmon, de kleinzoon van Semiramis, Lycetus, de zoon van Spercheion, Abaris van de Kaukasus, Helix met zijn lange haren, Phlegyas en Cletys: hun lijken lagen kris kras door elkaar op de grond.

Phineus durfde geen rechtstreekse confrontatie met zijn vijand aangaan en wierp dus van op afstand zijn speer. Die miste zijn doel en raakte Idas die eigenlijk neutraal wou blijven en geen deel wou hebben aan het gevecht. Woest keek Idas de wrede Phineus aan en riep: "Phineus, je dwingt mij om je vijand te worden. Hier, oog om oog, tand om tand." Hij trok de speer uit zijn lichaam en net op het moment dat hij de speer wou terugwerpen, zeeg hij door het hevige bloedverlies neer.

Dan sneuvelde ook Hodites, die in Ethiopië de belangrijkste man was na Cepheus, door het zwaard van Clymenus. Prothoënor stierf in een gevecht met Hypseus en Hypseus zelf viel in zijn strijd tegen Perseus, vlak bij de oude, zeer vrome en rechtschapen Emathion, die zich probeerde te verdedigen met woorden en zei dat vechten niet deugde. Toen hij met bevende hand steun zocht op het altaar, werd zijn hoofd door Chromis afgehakt. En terwijl dat hoofd op het altaar viel, vloekte het nog om pas daarna zijn laatste adem uit te blazen. Ook de onvolprezen boksende broers Ammon en Broteas stierven door het machtige zwaard van Phineus.

En nog was de gruwel niet voorbij. De Cerespriester Ampycus sneuvelde met het wit lint van zijn priesterlijke waardigheid om zijn hoofd. De onschuldige Lampetides, die uitgenodigd was om het feest op te vrolijken met zijn gezang, moest eveneens sterven, met zijn plectrum en zijn lier nog in de hand, door de hand van zijn grijnzende moordenaar Pedasus die zei: "Zing de rest maar voor de doden bij de Styx!" en een dolk in Lampetides' linkerslaap plantte.

Lycormas was woedend en zwoer dat hij Lampetides' dood zou wreken. Hij trok zijn zwaard en sloeg daarmee de zware grendel van de rechter deurpost weg en liet die neerkomen in de nek van Pedasus die als een offerstier op de grond viel. Pelates uit Libië wou de grendel van de linker deurpost grijpen, maar daarbij werd zijn hand door de speer van Clytus uit Marmara aan het hout vastgespijkerd; toen Abas hem in zijn zij stak om hem af te maken, viel Pelates niet neer, maar bleef stervend hangen met zijn vingers aan de deurpost...