Uit LIBER UNDECIMUS
 

Lindsay Deprince

3 LaWi

1999-2000
 

Midas en de god Pan

Midas leefde nu in velden en bossen en wijdde zich aan Pan, de god die in de bergen in grotten woont. Toch bleef hij lomp en dwaze onnadenkendheid zou hem een tweede keer veel ellende bezorgen.

De steile Tmolus zag ver uit over zee. Hij reikte met zijn hellingen van Sardes links tot aan het nietige Hypaepa rechts. Toen Pan daar op een keer lieve nimfen met zijn zangkunst vermaakte en licht frivole wijsjes op zijn panfluit speelde, durfde hij Apollo's verzen kleineren. Hij durfde zelfs een ongelijke wedstrijd aan! De berggod Tmolus mocht scheidsrechter zijn. De grijsaard zette zich op zijn bergrug en schoof het geboomte van zijn oren weg. Er bleef slechts een eikenkrans om zijn blauwgroen haar liggen en de eikels hingen langs zijn slapen. Zijn blik richtte zich op Pan, de god van het vee. "De jury", zei hij, "zit klaar en luistert."

Toen begon Pan op zijn rietfluit te spelen. Zijn wat uitheemse lied vertederde Midas, want deze was daar toevallig ook aanwezig. Daarna wendde Tmolus zich tot Apollo en terwijl hij dit deed, draaide het bos mee. De god droeg een laurierkrans van de Parnassus op zijn blonde lokken. Zijn purperrode mantel sleepte over de grond en zijn lier, bezet met edelstenen en ivoor, rustte op zijn linkerarm. Hij leek al op een kunstenaar als hij met het plectrum in de hand stond. Daarna begon hij de snaren zo bekwaam te spelen dat Tmolus voor de zoete klank bezweek en uitspraak deed: "Apollo's lier wint van de panfluit."

Iedereen was het eens met het oordeel van de berggod. Behalve Midas; hij protesteerde en noemde het onredelijk… De god van Delus, die niet verdroeg dat zulke stomme oren nog op mensenoren leken, rekte ze naar boven uit, bedekte ze met een grijze vacht en maakte de onderkant wat slap: zo konden zijn oren flapperen. Verder bleef Midas mens, alleen dat lichaamsdeel kreeg straf en zo had hij voortaan de oren van een trage ezel.
 

Midas' geheim verraden

Hij wilde die oren graag verborgen houden, want hij schaamde zich voor zijn hoofd. Daarom droeg hij een dure tulband om de schande te verbergen. Alleen de dienaar die zijn lange lokken mocht knippen, wist van zijn oren af en had ze al gezien. Omdat de man over zijn ontdekking niet durfde te praten, maar er toch over moest praten - hij kon zijn geheim niet bewaren - groef hij buiten ergens een kuil. Daarin vertelde hij met zachte stem over de oren van zijn koning en fluisterde in de grond hoe deze er wel uit zagen. Daarna dekte hij zijn woorden en ook het geheim met scheppen aarde toe. Toen de kuil dicht was, ging hij stilletjes naar het paleis. Maar op de plek waar hij gefluisterd had, ontsproot een dicht bos wuivend riet; Toen dat in het hoogseizoen volgroeid was verrieden ze het geheim door zachtjes ruisend in de wind te zingen over de oren van de koning.
 

Apollo gaat naar Troje

Na zijn wraak op Midas verliet Apollo Tmolus' berg en vloog door heldere lucht tot bij de smalle zee van Helle, de dochter van Nepheles, en landde bij het Troje van Laomedon. Tussen de voorgebergten Sigaeum en Rhotaeum in lag er een heiligdom dat aan de Dondergod gewijd was. Vandaar zag hij hoe Laomedon de muren van het nieuwe Troje bouwde en hoe dat machtige bouwwerk moeizaam en langzaam vorderde, ten koste van een enorme krachtsinspanning. Toen deed Apollo zich voor als een sterveling en bouwde samen met Neptunus voor Troje's koning de vestingmuren op, in ruil voor goud.

Toen het werk af was, ontkende koning Laomedon de afspraak: het toppunt van bedrog. "Je krijgt je straf nog!", riep de zeegod en hij jaagde grote watermassa's af op Troje's geldbeluste kusten, de akkers werden tot een immense vlakte met zeewater opgevuld; de oogst van de boeren werd vernield en elk stukje land werd overspoeld. En dat was nog lang niet alles: de koning moest nu ook nog zijn dochter Hesione afstaan aan een watermonster! Hercules redde haar uit de ketens waarmee ze aan een rots was vastgeklonken, maar toen hij de hem beloofde paarden opeiste, kreeg hij ze niet. Daarom veroverde hij het valse Troje. Telamon werd voor zijn aandeel in die strijd geëerd en kreeg daarom Hesione tot vrouw, die dus de schoonzus werd van Peleus. Deze was de vermaarde echtgenoot van Thetis, de trotse schoonzoon van Nereus en de kleinzoon van Jupiter. En ook al was dat laatste al zeldzaam voor een mens, zijn huwelijk met een godheid was uniek.
 

Peleus en Thetis

De oude Proteus had de zeegodin voorspeld:"Jij, Thetis, zal moeder worden van een zoon die de daden van zijn vader en diens faam zal overtreffen." Daarom werd Jupiter bang dat iemand machtiger dan hij zou worden en besloot hij om niet meer met Thetis op te trekken, ook al voelde hij voor haar hevige hartstocht. Hij vroeg aan zijn kleinzoon Peleus om zijn wensen betreffende Thetis over te nemen en te huwen met deze waterbruid.

Er ligt een baai bij Thrakië die rond is als een sikkel; de landtongen lopen ver de zee in en ondiep water bedenkt de bodem. Het strand heeft harde grond en het houdt geen voetafdrukken vast; het is er makkelijk lopen en niet begroeid met zeewier, zodat het er ook niet glibberig is. Niet ver vandaar is er een bos, vol met groene en zwarte mirtebessen. Midden in dat bos is er een grot; de vraag is of die natuurlijk of kunstmatig ontstaan is, maar mooi is zij zeker…

Daar ging Thetis graag heen, naakt rijdend op beteugelde dolfijnen. Het was ook daar, dat Peleus haar verraste in haar slaap en haar wilde verkrachten; hij sloot haar in zijn armen. Zij wees smekend zijn toenaderingspogingen af. Hij zou in zijn snode plan geslaagd zijn als zij haar toverkunst niet had toegepast, waardoor zij steeds weer een ander gedaante kreeg. Eerst werd zij een vogel, dus had hij een vogel beet. Daarna werd ze een dikke boomstam: Peleus omhelsde een boom! De derde keer werd ze een gevlekte tijgerin en daarmee deed ze Jupiters kleinzoon zo schrikken dat hij haar liet gaan.

Dan bad hij tot de goden van de zee, hij goot schalen wijn over de golven en offerde vlees en wierook. Tot Proteus, de Karpatische voorspeller, uit de golven opdook: "Jij, zoon van Aeacus," zei hij, "je krijgt de vrouw die je begeert. Wanneer zij in die stenen grot in slaap ligt, bind je haar ongemerkt met strak geknoopte koorden vast. Al neemt zij honderd valse vormen aan, laat je niet foppen maar hou haar hoe dan ook goed in bedwang, tot zij zichzelf weer is". Na deze woorden verdween Proteus weer onder water en zijn laatste woorden werden door een golfslag toegedekt.

De Zon kwam reeds omlaag en liet de Zonnewagen dalen naar de westelijke Oceaan toen Nereus' mooie dochter weer eens in haar geliefde grot sliep. Peleus had het meisje nauwelijks in zijn macht of zij veranderde van gedaante. Ze had al snel door hoe krachtig ze vastgesnoerd was en daarom gaf ze zich, met haar handen in de lucht, over en zuchtte ze: "Je wint met behulp van goden; ik, Thetis, ben verraden…" Na deze woorden omhelsde hij haar; de held vond bevrediging en maakte haar zwanger van Achilles.