Uit LIBER SECUNDUS
 

Kristof Cailliau

3 LaWi

1996-1997
 

Jupiter en Europa

Mercurius krijgt een nieuwe opdracht van Jupiter

Mercurius werd na zijn lange vliegreis bij Jupiter ontboden die hem opdroeg: "Beste zoon, jij die me altijd trouw bijstaat in alles, ga naar de aarde langs de vertrouwde weg en zoek het land dat tegenover je moeders sterrenbeeld ligt, Sidon genoemd. Je zult er al van ver de koninklijke stieren in een wei niet ver van de zee zien grazen; jij moet die stieren naar het strand drijven."

Jupiters woorden waren nauwelijks uitgesproken of de kudde liep al gedwee richting strand waar Europa, de prinses, vaak het gezelschap van haar Tyrische vriendinnen opzocht. Om haar niet af te schrikken veranderde Jupiter zich in een stier: een prachtig dier, dat met de andere stieren statig door de grasvlakte liep. Hij had een huid als ongeschonden sneeuw, een gespierde nek, kleine maar mooie horens en als sterkste wapen: een vredige kop die vertrouwen inboezemde.

Agenors dochter keek op van zijn schoonheid en vreedzaamheid. Eerst durfde ze hem, ondanks zijn charme, niet strelen, maar na verloop van tijd hield ze hem toch bloemen voor. Zo zag hij wat hij verlangde dichterbij komen en speels likte hij haar handen, dartelde om haar heen en rolde zich in het gouden zand. Langzaam verdween alle angst bij Europa en in een speelse bui klom ze op de rug van de stier.

Nu zag de god zijn kans schoon en haastig stapte hij op de branding af, de zee in. De prinses zag angstig haar land achter zich verdwijnen terwijl Jupiter dwars door zee zijn buit meevoerde. Ze omklemde met een hand een hoorn terwijl haar andere hand zich afzette tegen zijn rug. De wind speelde met haar losse kleren...
 

Uit LIBER TERTIUS
 

Cadmus

Cadmus moet Europa zoeken

De god had, op Kreta aangekomen, zijn menselijke gedaante alweer aangenomen en gezegd wie hij was. Ondertussen wist Agenor, Europa's vader, niet wat er met zijn dochter gebeurd was en hij zond zijn zoon Cadmus uit om haar te zoeken. Agenor dreigde zelfs met verbanning als zijn zoon haar niet zou terugbrengen - een onrechtvaardige straf, maar hoe begrijpelijk waren de woorden van de ongeruste vader!

Hoewel hij door de hele wereld zwierf, vond Cadmus geen spoor van zijn zuster - wie zou Jupiter kunnen volgen op zijn kronkelend liefdespad? Hij bleef dus ver weg van zijn vaderland en vroeg Apollo om hem een plaats aan te wijzen waar hij mocht wonen.

"Je zult in een stil veld een koe ontmoeten, een dier dat nooit een juk gevoeld heeft, dat nooit een kromme ploeg getrokken heeft. Volg haar spoor en waar zij in het gras uitrust, zul je een stad stichten die Thebe in Beotië zal heten", luidde het antwoord van de god.

Amper had Cadmus de Delphische grot verlaten of hij zag een koe die zich zonder herder traag voortbewoog en geen enkel spoor van slavernij vertoonde. Biddend volgde Cadmus haar tot de plaats waar ze halt hield, haar fraaie kop ten hemel richtte, loeide en omkeek naar haar achtervolger. Ze knielde en vlijde zich op de zachte grasheuvel. Ook Cadmus knielde in dank en begroette de heuvels en velden van zijn nieuwe land.
 

Cadmus' mannen worden door de draak van Mars gedood

Eerst wou Cadmus offeren aan Jupiter. Daarom zond hij zijn makkers uit op zoek naar een reine bron voor offerwater. Die bron zochten ze in een nog nooit betreden, dichtbegroeid bos waar waterloopjes welig stroomden. Maar in een grot woonde daar ook de draak van Mars, gevreesd om zijn stekelige, gouden kam, bol van gif, en om zijn drie tongen die sisten tussen een driedubbele rij tanden. De Feniciërs volgden het gevaarlijke pad door het bos en vulden hun kruiken.

Maar de draak werd wakker van dat geluid, stak zijn kop omhoog vanuit de diepe grot en kronkelde zich omhoog in onmetelijke bochten tot zijn lichaam verschillende luchtlagen vulde. Door panische angst bevangen lieten de makkers van Cadmus hun kruiken vallen. De draak zag neer op het hele bos en evenaarde de omvang van het sterrenbeeld van de Draak dat met zijn volle lengte de Grote van de Kleine Beer scheidt. Onmiddellijk viel hij de mannen aan en of zij nu vochten of in hun angst als versteend bleven staan, het maakte geen verschil: de draak beet hen dood, wurgde hen of velde hen met zijn dodelijke etter.
 

Cadmus doodt de draak van Mars

Het was middag toen Cadmus zich ongerust begon te maken over het wegblijven van zijn makkers. Hij besloot hen te gaan zoeken met een leeuwenhuid als bescherming, met een lans en een spies als wapens maar vooral met een dapper hart - dat ieder wapen overtreft. Ziedend van woede zag hij hoe de moordlustige draak de wonden van zijn vrienden likte en nam zich voor tot het einde te strijden om hun dood te wreken.

Hij greep een groot rotsblok en smeet het met al zijn kracht naar de draak. Hoewel de impact zwaar genoeg was om een grote muur te slopen, voelde de draak niets, dankzij zijn machtig pantser van schubben.

De tweede poging van Cadmus met zijn werpspies had echter wel resultaat, want het pantser werd doorboord en de punt trof de kronkelende ruggengraat waar de spies bleef steken. De draak voelde de pijn, draaide zijn hoofd en rukte met veel moeite de speer uit de wonde, maar de punt bleef zitten.

Woester geworden door deze aanval zwollen zijn aderen, schuimde zijn op moord beluste bek en zijn zwarte adem bevuilde de lucht. Hij baande zich een weg omhoog tot hij zijn volle lengte had bereikt om zich vervolgens verpletterend op het bos te laten vallen. Cadmus ontsnapte aan een gewisse dood door opzij te springen.

Hij wendde een aanval van de drakenkop af door met zijn lans te steken. De draak wou de lans stuk bijten, maar beet steeds weer op de punt die wonden maakte in zijn bek zodat bloedspatten het groene gras rood kleurden. Toch waren deze verwondingen voor de draak ongevaarlijk zolang de lans zijn nek niet kwetste; de draak moest er alleen voor zorgen dat hij daar geen diepe of rake stoten moest incasseren. Tot plots Cadmus met inzet van al zijn krachten de lans door de drakenkeel stootte en het monster aan een boom spietste... De boom boog door onder het gewicht van het drakenlijk...