Uit LIBER NONUS
 

Fem Schelpe

3 LaMt

1998-1999
 

Moeilijke geboorte van Hercules

Alcmene praatte met Iole (eens de vrouw van Hercules, nu van zijn zoon Hyllus) over haar ouderdom, over haar eigen lot en over Hercules' wereldwijde beroemdheid. Ze zei: "Hopelijk gaat de tijd voor jou snel als je tijdens de bevalling tot Lucina roept, de beschermgodin tijdens de bange weeën. Voor mij was ze niet vriendelijk omdat Juno zo jaloers was: toen het ogenblik van de geboorte van Hercules naderde, spande mijn huid erg strak. Omdat het kind in mij zo enorm was, kon je makkelijk weten dat het een kind van Jupiter was. Tenslotte kon ik de pijn niet meer verdragen ik voel nog steeds die angst; de herinnering alleen al is pijnlijk als ik je dit vertel. Zeven dagen en nachten duurden mijn folterende barensweeën.

Doodmoe, met smekende handen riep ik Lucina en andere geboortegoden aan. Lucina kwam maar was omgekocht; ze wou mij doden voor Juno's jaloezie. Toen ze dus mijn klagen hoorde, ging ze daar op dat altaar voor de ingang zitten en hield de geboorte tegen door haar vingers ineen te strengelen en haar knieën tegen elkaar te klemmen. Op de koop toe hield ze mijn kind ook tegen door met een fluisterstem formules en toverwoorden te prevelen. Ik vocht terug en schold gek van pijn Jupiter uit voor ondankbare en smeekte om te mogen sterven. Mijn luide klachten hadden een steen kunnen verbrijzelen!

De Thebaanse vrouwen stonden me bij, baden of spraken me in mijn lijden moed in. Ook Galanthis hielp, een van mijn slavinnen; zij was een blond volksmeisje, goed in haar werk en trouw. Ze had al zo'n vaag vermoeden dat Juno tegenwerkte en terwijl ze af en aan liep, zag ze Lucina zitten, op dat altaar voor de deur en riep: 'Wie je ook bent, wees blij voor mijn meesteres, haar kind is geboren!' Geschrokken sprong Lucina op en maakte haar handen los - ikzelf leek bevrijd en baarde!

Galanthis schaterde het uit omdat ze Lucina zo had gefopt, maar werd al schaterend bij haar haren over de grond gesleurd en toen ze weer wou opstaan, werd ze tegengehouden door de woedende Lucina. Galanthis' armen werden pootjes, haar werklust bleef, de vacht op haar rug behield haar vroegere haarkleur maar nu is ze een wezel. Ze baart, omdat haar leugens een kraamvrouw hebben gered, haar jongen door haar bek en zoekt nog steeds ons huis op."
 

Dryope

Iole vertelt op haar beurt over haar zuster

Het verhaal van Alcmene had Iole aangegrepen en troostend zei ze: "Toch was dat wezel-meisje niet van je eigen bloed, moeder. Ik zal je eens over mijn zuster vertellen: een wonderbaarlijk lot... hoewel verdriet en tranen mij haast beletten te spreken....

Mijn zus Dryope was enig kind bij een andere vrouw van mijn vader. Ze werd het mooiste meisje van Oechalia genoemd. Ze was gehuwd met Andraemon, hoewel ze verkracht was door de gebieder van Delphi en Delus. Onwetend van haar lot ging Dryope naar een meer met glooiende oevers waar mirtestruiken welig groeiden; ze wou er een krans brengen aan de nimfen. Haar zes maanden oud kind lag in haar armen, drinkend van zijn moeders warme melk. Vlak bij dat meer bloeide waterlotus en Dryope had er wat bloemen van geplukt die ze aan haar zoontje had gegeven om te spelen. Ook ik wou bloemen plukken, tot ik wat bloed zag druppelen uit die lotus en de steel bang en beverig zag trillen. De bosnimf Lotis was namelijk in die bloem veranderd - vandaar de naam - maar mijn zuster wist dat niet!

Geschrokken wou ze weggaan maar ze stond vastgeworteld met haar voeten. Eerst vocht ze nog om los te komen maar alleen haar bovenlichaam bewoog. Langzaam kroop trage schors omhoog en bedekte heel haar onderlichaam. Toen ze dat merkte, wou ze zich de haren uitrukken maar trok slechts blaadjes uit omdat haar hoofd al een kruin was geworden. Haar kind Amphissus (dat was de naam die zijn grootmoeder had bedacht) voelde haar borsten verharden en hoe hard hij ook zoog, er kwam geen druppel melk meer uit. Ik was daar ook en moest dit wrede lot aanzien zonder mijn zus te kunnen helpen. Wel probeerde ik nog de groeiende takken met mijn armen tegen te houden - ik wou zelf in schors veranderen. Haar man en haar vader kwamen ook aangelopen en riepen om Dryope... ik wees hen de lotus aan, maar ze bleven roepen, ze kusten het warme hout en zegen tenslotte neer aan de voeten van hun eigen boom.

Mijn lieve zus was nu een volmaakte boom, behalve haar gelaat: haar tranen druppelden op het gebladerde dat uit haar arme lichaam was gegroeid. Zolang ze nog kon spreken, klaagde ze: 'Ik zweer bij de goden: ik heb dit kwaad niet verdiend! Ik word onschuldig gestraft! Ik leefde toch kuis? Ik mag verdorren als ik lieg, ik mag mijn bladeren verliezen of omgehakt in het vuur belanden! Hier, neem mijn zoontje uit mijn takken en geef hem aan een voedster. Zorg dat hij hier nog vaak melk kan drinken, dat hij vaak bij mijn stam komt spelen en laat hem, als hij kan spreken, uitroepen telkens als hij mij ziet: 'Binnen die boomstam zit mijn moeder!' Maar hou hem weg van vijvers, verbied hem bloemen te plukken van een boom of een struik en leer hem dat daarin goddelijke wezens wonen.... Vaarwel, mijn lieve man, vaarwel zus, vaarwel vader! Als jullie van me blijven houden, hak dan geen takken van mijn stam, en zorg er dan voor dat gulzig vee niet van mijn bladeren eet. Leg nu jullie armen om me heen want ik kan jullie niet meer omhelzen. Kus me maar zolang mijn lippen kunnen kussen, en til mijn zoon nog eenmaal op. Nu kan ik niet meer verder praten want zachte schors kruipt langs mijn nek en de kruin overmeestert mij! Nee, raak mijn ogen niet meer aan want dat laatste eerbetoon komt nu de boomschors toe: die zal voortaan heel mijn gezicht bedekken.'

Haar stem stierf weg, maar nog lang nadat ze veranderd was, gloeide de warmte nog na in de nieuwe takken."
 

Iolaus wordt verjongd

Tijdens het wondermooi verhaal van Iole had Alcmene haar tranen met een steels gebaar van haar hand weggewist en Iole zelf had ook moeten toegeven aan haar verdriet. Toen deed zich een wonder voor dat alle verdriet verdreef, want daar verscheen een amper volwassen jongeman met een beetje baarddons rond de kin: het was de verjongde Iolaus. Hebe had hem deze jeugd verleend nadat ze gezwicht was door het vele smeken van Hercules, maar ze had hem wel gezegd dat hij de laatste was aan wie ze deze gunst bewees. Wat buiten Themis gerekend was...

Die zei: "In Thebe heerst burgertwist en alleen Jupiter kan Capaneus verslaan. Broers zullen elkaar verwonden en de profeet zal nog bij zijn leven zijn eigen schim in de onderwereld zien. Wanneer de zoon, omdat hij zijn vader haat, zijn moeder doodt, zal dat zowel een misdaad als een weldaad zijn; geschokt door die rampen wordt hij, buiten zinnen, ver van zijn land door Furiën en door zijn moeders schim opgejaagd, totdat zijn vrouw hem onheilbrengend goud zal vragen en het zwaard van Phegeus hem zal doden. Tenslotte zal Callirhoë, de dochter van Acheloüs, de oppergod smeken haar zoontjes langer te laten leven zodat de moord op de veroveraar snel wordt gewroken. Jupiter zal in zijn genade dat geschenk uit Hebe's hand vlugger doen verlopen en hen reeds in de puberteit volwassen maken."
 

Vele goden wensen ook een verjongingskuur voor hun geliefden

Toen Themis, die de toekomst kende, die raadselachtige taal liet horen, klonk bij de goden gemopper: waarom kon dezelfde gunst ook niet aan anderen gegeven worden? Aurora jammerde om de oude Tithonus, haar man; de zachtaardige Ceres klaagde over haar vergrijzende Jasion; Vulcanus eiste een tweede jeugd voor Erichthonius; ook Venus werd door zorgen gekweld en probeerde Anchises' jaren te verjongen: iedere god had wel een troetelkind. De opschudding groeide totdat Jupiter luid riep: "Genoeg! Toon wat respect voor mij als jullie daartoe nog in staat zijn. Wat denken jullie wel? Het lot gaf Iolaus zijn jonge jaren terug; de zoontjes van Callirhoë dankten hun volwassenheid aan het lot en niet aan macht of invloed. Ook jullie worden door het lot geleid. Als ik het lot zou kunnen wijzigen, zou Aeacus, mijn zoon, niet oud zijn, zou Rhadamanthus eeuwig in de bloei van zijn jeugd zijn samen met Minos, die nu om zijn bikkelharde jaren geminacht wordt en niet, zoals vroeger, met beleid regeert."