Uit LIBER SEXTUS
 

EXCERPTUM QUINTUM

Marc Knecht
 

Tereus, Procne en Philomela

Veel steden (behalve Athene) sturen rouwgezantschappen naar Thebe

Alles wat naam had in de wijde omgeving van Thebe kwam naar de stad van Cadmus om zijn deelneming te betuigen in het smartelijk verlies; onder hen de koningen van Argos, Sparta en Mycene, de stad van Pelops' zonen. Er kwamen ook mensen van Calydon, dat ooit gehaat zou worden door Diana, van het rijke Orchomenus, van het bronsrijke Corinthe, van het heldhaftige Messene, van Troizen waar later Pittheus zou heersen, van het Pylos van Neleus, en van zoveel andere steden uit de buurt van de Isthmus.

Alleen uit Athene kwam niemand - wat eigenaardig scheen; maar oorlog belette de stad haar medeleven in de rouw van Thebe te tonen. Een leger van ver over zee was Athene komen belegeren en deed de Atheners beven tot Tereus, de koning van Thrakië, Athene te hulp kwam. Hij slaagde erin de vijand van Athene te overwinnen en werd daarvoor in lovende bewoordingen geprezen.
 

Tereus mag trouwen met Procne, een Atheense prinses

Omdat Tereus ook een nakomeling was van de grote Mars, kreeg hij Pandions oudste dochter Procne ten huwelijk. Dat huwelijk werd echter noch door Juno, noch door Hymenaeus, noch door de Gratiën gezegend. De bruiloftsfakkels waren toortsen die een dreigende dood voorspelden, en het waren de Furiën zelf die ermee zwaaiden. Diezelfde schrikgodinnen spreidden ook het huwelijksbed waarboven de ongeluk brengende uil zat te broeden.

Onder die voortekens werd het huwelijk tussen Tereus en Procne gesloten, onder diezelfde voortekens werd hun zoon Itys geboren. Maar nu juichte heel Thrakië nog, nu dankten Tereus en Procne nog de goden, nu riepen ze hun huwelijksverjaardag en de geboortedag van Itys uit tot feestdag - zo blind kunnen mensen zijn...

Procne wil haar zuster Philomela bij zich hebben

Vijf jaar waren al voorbijgegaan en in het koude noorden voelde Procne zich vaak eenzaam. Ze vroeg dus op een dag aan haar echtgenoot: "Als je van me houdt, laat me dan eens naar huis gaan om mijn zus Philomela te bezoeken, of beter nog: waarom ga jij niet naar Athene om haar te gaan halen? Beloof maar aan mijn vader dat ze snel zal terugkeren! Mijn zuster terugzien is het mooiste geschenk dat je me geven kunt!"

En Tereus vertrok per schip naar Athene waar hij vriendelijk door koning Pandion werd ontvangen. Tereus had het net gehad over het doel van zijn reis en over Procne's belofte dat Philomela, als ze mee mocht, snel naar Athene zou terugkeren toen Philomela zelf de zaal binnenkwam - een razend knappe verschijning, even mooi als een dryade of een najade. En op dat eigenste moment werd Tereus verliefd tot over zijn oren; hij laaide als een hoop dorre bladeren of als een kurkdroge hooimijt die plots vuur vat...
 

Tereus probeert Philomela mee te krijgen

Philomela was zo mooi dat het elke man zou beïnvloeden, dat is waar, maar Tereus' liefde was niet de liefde die hij voor een schoonzus mocht voelen; die mensen uit Thrakië waren Venus nu eenmaal wat te veel genegen! Zijn seksuele honger voor het meisje was zo groot dat zijn fantasie op hol sloeg... Hij zou haar trouwe min omkopen om toegang tot haar kamer te krijgen! Nee, hij moest haar vriendinnen omkopen! Nee, hij zou haar overladen met geschenken! Of haar zijn koninkrijk aanbieden! Of haar schaken en haar als een held verdedigen tegen wie haar van hem zou willen afnemen! Alles zou hij doen om zijn liefde voor haar te bewijzen - zo verliefd als nu was hij nog nooit geweest...

Vol ongeduld richtte hij gloedvolle woorden tot Philomela. Hij bracht haar de wens van haar zus Procne over (maar dat was nu ook zijn eigen wens geworden!) en deed dat in dringende bewoordingen en met tranen in de ogen (alsof Procne hem haar tranen had meegegeven!). En juist omdat hij zo aandrong in naam van zijn vrouw, vond iedereen Tereus een lieve echtgenoot - hij werd dus geprezen voor zijn eigenlijk laakbare bedoelingen...

Daar kwam nog bij dat Philomela niets liever wou dan haar zus bezoeken; in een vleiend gebaar legde ze haar armen om de hals van haar vader en vroeg of ze mee naar Procne mocht, zonder te beseffen dat ze smeekte voor haar geluk dat haar ongeluk zou worden... Tereus zag die betoverend mooie Philomela haar vader omhelzen en een kus geven - en voelde hoe die kus hem pijn deed, wat zijn passie nog hoger deed oplaaien. Telkens ze haar vader aanraakte, wou hij dat hij even haar vader mocht zijn (maar zelfs als hij haar vader was geweest, zou hij dezelfde gevoelens voor haar gekoesterd hebben!).
 

Pandion laat Philomela vertrekken

Tenslotte gaf Pandion toe; hij gaf zich gewonnen voor de smeekbeden. Hoe bedankte Philomela haar vader! Hoe oprecht geloofde het ongelukkig meisje dat ze iets bereikt had dat haar en haar zus gelukkig zou maken - maar wat in werkelijkheid (hoe had ze dat kunnen weten?) een verschrikking zou worden! De dag werd besloten met een groot feest ter ere van de gast, waarna iedereen ging slapen.

Tereus kon niet slapen; het beeld van de wondermooie Philomela spookte door zijn hoofd. Hij zag haar gelaat, hij zag haar gebaren, hij haalde zich alles voor de geest waarvan hij hoopte dat het nog komen zou en voedde door die niet bevredigde hartstocht zijn liefde. Eindelijk werd het ochtend.

Toen Pandion en Tereus afscheid namen van elkaar, zei de oude Atheense koning het volgende tot zijn gast: "Liefste schoonzoon, uit respect voor jou en mijn kinderen heb ik erin toegestemd dat Philomela met je meegaat. In naam van de familieband tussen ons vraag ik je dat je voor haar zou zorgen alsof je haar vader was en dat je haar snel zou terugbrengen - ik ben al oud, en zij is mijn troost in mijn levensavond."

Hij richtte zich ook nog tot zijn dochter: "Ja, Philomela, kom maar gauw weer terug als je nog om je oude vader geeft; mij valt het al zwaar genoeg dat Procne zo ver woont!" Terzelfder tijd omhelsde hij zijn kind, waarbij tranen over zijn wangen rolden. Hij nam de handen van Philomela en Tereus, legde die op elkaar en vroeg hen zijn oudste dochter in zijn naam te groeten. Met een van tranen verstikte stem nam hij afscheid, waarna zijn schoonzoon en zijn jongste dochter aan boord van het schip gingen.

Eens aan boord kon Tereus zijn vreugde niet meer bedwingen: "Ik heb gewonnen! Ik heb mijn hartenwens meegekregen!" riep hij uit, en gedurende de hele reis liet zijn blik het meisje geen ogenblik los.
 

Tereus wil Philomela bezitten

Toen ze na een voorspoedige reis in Thrakië waren aangekomen, sleepte Tereus de Atheense prinses mee naar een schaapsstal in de bergen, verborgen in een eeuwenoud bos. De doodsbange en wanhopig huilende Philomela vroeg hem waar Procne nu toch was, maar als antwoord vertelde Tereus haar wat hij voor haar voelde, wat hij dus van haar verlangde en toen hij niet goedschiks kreeg wat hij wou, verkrachtte hij het meisje ondanks haar wanhopige kreten om hulp, ook al riep ze de goden aan...

Toen ze zo onteerd was, beefde Philomela als een lam dat bloedend ontsnapt is aan de bek van een wolf maar zich nog niet veilig voelt, of als een duif die trillend, met veren die met bloed bespat zijn, huivert bij de herinnering aan de gierenklauwen die haar zopas nog vasthielden. Maar toen de gruwel van wat er gebeurd was tot het meisje doordrong, begon ze zich de haren uit te rukken, sloeg zich de armen blauw en schreeuwde haar verkrachter toe:

"Jij barbaar! Is dat het respect dat je opbrengt voor de afscheidswoorden van mijn vader? Is dat een bewijs van je liefde voor mijn zuster? Is het zo dat jij een maagd behandelt? Jij bent verantwoordelijk voor wat hier gebeurd is, jij overspelige echtgenoot, en Procne zal zich hiervoor wreken. Dood me dan! Waarom aarzel je? Een schoft als jij deinst toch voor geen enkele misdaad terug? Ik wou dat je me vermoord had voor je me verkrachtte, dan was ik nog een reine schim in de onderwereld geweest! Maar de goden zullen wraak nemen... Ik zal wat je gedaan hebt, niet verzwijgen. Als ik uit deze krocht ontsnap, zal ik alles aan iedereen vertellen; als je me hier in de bossen opgesloten houdt, zal ik je misdaad door de bossen schreeuwen en de stenen zullen het voortvertellen! De hemel zal het horen en de goden zullen ingrijpen!"

Haar woorden waren voor Tereus een bron van woede maar vooral van angst. Hij raakte in paniek, greep het meisje vast en wrong haar armen op haar rug om ze daar vast te binden. Toen trok hij het zwaard dat hij bij zich droeg; Philomela bood hem reeds haar hals aan: het zwaard had haar doen denken dat ze mocht sterven...

Maar Tereus greep een tang waarmee hij de tong van het arme meisje naar buiten wurmde - de tong die nog de naam van haar vader riep en nog andere dingen wou zeggen. Met zijn zwaard sneed hij haar tong af - alleen het verste deel bleef in haar mond achter. Het afgesneden stuk lag lillend op de grond te bloeden, het probeerde nog te praten, het spartelde nog na zoals een staart van een hagedis, ja, het kroop zelfs in de richting van zijn meesteres. En na die onnoemelijke gruweldaad vergreep Tereus zich nog meermaals aan het verminkte lichaam...
 

Tereus vertelt Procne een leugen

Ondanks zijn vreselijke daden keerde Tereus terug naar zijn paleis en begaf zich dadelijk naar zijn vrouw. Procne's eerste vraag was natuurlijk waar haar zuster was. Tereus zuchtte, begon te wenen en snikkend vertelde hij dat Philomela overleden was. Procne kleedde zich onmiddellijk in het zwart en liet een graf - zonder urn - oprichten. Ze eerde de nagedachtenis van haar dode zus met offers en treurde om het droevig lot dat haar deel was geworden zonder dat ze het verdiend had.

Er was al een jaar voorbijgegaan en Philomela zat nog steeds opgesloten in de stal van haar ongeluk; Tereus had er een stevige muur rond laten bouwen. Er kwamen regelmatig slavinnen voedsel brengen en Philomela leidde een eenzaam leven; het enige wat ze kon doen was weven. Aan niemand kon ze vertellen wat er gebeurd was maar toch wou ze nog altijd haar zus op de hoogte brengen van wat haar overkomen was. En... vindingrijkheid komt ook in moeilijke omstandigheden!
 

Philomela laat Procne weten wat er gebeurd is

Philomela zette een nieuw weefsel op waarin ze, op een witte achtergrond, met een purperen draad tekens aanbracht die verwezen naar haar lot. Toen het doek af was, gaf ze het aan een van de vrouwen die haar eten brachten en gebaarde dat ze het stuk stof naar het paleis moest brengen. Een van de slavinnen nam het doek mee naar het paleis en overhandigde het aan de koningin. Die ontvouwde het doek, bekeek het, begreep het en (nauwelijks te geloven) deed er het zwijgen toe. Procne was verlamd door verdriet, ze vond geen woorden om uiting te geven aan haar afgrijzen. Wenen deed ze echter niet; ze besteedde al haar energie aan het uitdokteren van een plan om wraak te nemen op haar man.
 

Procne bevrijdt Philomela

Het driejaarlijks Bacchusfeest was in aantocht en de Thrakische vrouwen maakten zich klaar om het met grote luister te vieren. 's Nachts weerklonk het Rhodope-gebergte van de schelle muziek van cimbalen en dus verliet de koningin 's nachts haar paleis, getooid met de attributen van de orgieën: een wijnrank om het hoofd, een hertenvel dat tot op de heup hing en de thyrsusstaf op de schouder.

Zo liep Procne door de bossen, omstuwd door de andere vrouwen, opgezweept, uitzinnig van verdriet, en kwam tenslotte aan bij de schaapsstal. Ze beukte de deur in, trok haar zuster mee naar buiten, tooide haar onderweg in de attributen van de Bacchanten en keerde terug naar het paleis.

Aangekomen in het huis van haar smerige verkrachter sidderde de ongelukkige Philomela. Procne trok haar offerkleed uit, deed de wijnrankkrans van haar hoofd en omhelsde haar zo lang doodgewaande zuster. Philomela durfde haar zuster niet aankijken, alsof zij het was die een misdaad had gepleegd! Met neergeslagen ogen wou ze haar zuster als het ware bezweren dat haar geen enkele schuld trof, dat ze gedwongen was geweest te ondergaan wat er gebeurd was, maar ze kon alleen met gebaren spreken.
 
 

Procne zint op een passende wraak

Procne onderbrak de tranenvloed van haar zus en riep: "Met tranen zullen we er niet geraken; hier moet een zwaard aan te pas komen! Of is er nog iets beter dan een zwaard? Ik ben bereid alles te doen om wraak te nemen. Ik wil dit paleis in brand steken met offervuur zodat Tereus in de vlammen sterft; ik wil hem zijn tong uitsnijden, zijn ogen uitsteken en datgene waarmee hij jouw eer heeft geroofd, afhakken; ik wil hem duizend wonden toebrengen en langzaam laten doodgaan, de smeerlap. Als de straf maar zwaar genoeg is; ik weet nog niet wat ik ga doen..."

Procne zag plots haar zoontje Itys binnenkomen en door hem te zien wist ze hoe ze haar man kon treffen. Met koude ogen bekeek ze haar kind en mompelde: "Wat lijk jij toch goed op je vader!" Dat was alles wat ze zei; ze concentreerde zich op haar wraak. Maar toen het kind op haar toeliep en zijn armpjes rond haar hals wierp, kusjes gaf en koosnaampjes zei, schoot haar gemoed vol - haar woede bedaarde en haar ogen liepen vol met warme tranen.

Haar moederhart zou zeker de bovenhand hebben gehaald als ze niet naar haar zuster had gekeken en haar mond zonder tong had gezien. Ze keek van haar zoontje naar haar zuster en zei: "Waarom kan hij lieve woordjes zeggen en kan zij niets meer zeggen? Waarom kan hij mij 'moesje' noemen en kan zij niet meer 'zusje' zeggen? Met wat voor man ben ik getrouwd? Mijn liefde voor mijn man is nu een misdaad geworden!"

En zoals een tijger in India zijn prooi meesleurt door een donker bos, zo sleepte Procne het kind achter zich aan. Aangekomen in een afgelegen deel van het paleis sloeg Procne toe - terwijl het kind zijn knuistjes naar haar uitstrekte, zijn dood zag naderen, "moesje, moesje" riep en zijn armpjes nogmaals rond haar hals wou leggen - ze hakte in met het zwaard op het onschuldige kind en ze wendde niet eens haar ogen af. Een slag net onder de borst was fataal voor het jongetje, maar Philomela sneed hem nog de keel over en beiden reten ze het kinderlichaam (dat nog niet volledig dood was) uiteen. Kort nadien sisten de grote brokken aan braadspitten, de kleinere stukken sudderden in een pot terwijl de kamer er smerig bij lag van bloed en ingewanden.
 

Tereus eet...

Procne ging naar haar man en vertelde dat hij, naar Atheens gebruik, het voorrecht had om te mogen aanzitten aan een feestmaal. Zich bewust van de plechtigheid van het ogenblik nam Tereus plaats op zijn troon. Het eten werd opgediend: mooie brokken geroosterd vlees, begeleid door een heerlijk stoofpotje! Tereus viel aan en begon te schransen; al het voorgeschotelde vlees - zijn eigen vlees en bloed! - stouwde hij in zijn buik...

Voldaan keek hij op en vroeg, zoals het een goede vader past, om Itys naar hem te brengen. Waarop Procne, die brandde van verlangen om te kunnen zeggen wat ze gedaan had, zei: "Wie je zoekt, is al binnen!" Waarop Tereus speels de kamer begon rond te lopen en meermaals de naam van Itys riep, alsof de jongen verstoppertje speelde. En terwijl hij zo naar zijn zoontje zocht, sprong plots Philomela te voorschijn en gooide het bebloede hoofdje van Itys pal in het gezicht van zijn vader. Hoe graag had ze nu nog willen kunnen spreken om hem te zeggen hoe blij ze was dat ze eindelijk wraak had kunnen nemen op hem!

De Thrakische koning stootte de tafel omver, riep de schrikgodinnen uit de onderwereld aan, probeerde tevergeefs zijn zoontje uit te braken, zat te wenen, noemde zichzelf "graf van zijn kind", trok zijn zwaard en zette de achtervolging in op de zusters die hem zijn kind op zo'n beestachtige manier hadden afgenomen.

De Atheense zusters vluchtten zo snel dat het leek of ze vleugels hadden, en toen vlogen ze plots ook echt weg; Philomela koos voor het bos, Procne verkoos te nestelen onder de dakgoot. Hun borst toonde nog steeds de bewijzen van hun moord omdat op die plaats hun veren rood waren. Tereus putte zijn snelheid uitsluitend uit zijn razernij en zijn wraaklust en veranderde ook in een vogel, een met een kuif op de kop; zijn getrokken zwaard werd zijn lange snavel. Hij was een hop geworden, een vogel met een strijdvaardig voorkomen. Philomela was nu een nachtegaal terwijl haar zuster rondvloog als zwaluw.
 

Pandion sterft van verdriet en wordt opgevolgd door zijn zoon Erechtheus

Die vreselijke gebeurtenissen bespoedigden de dood van de arme Pandion, die het verlies van zijn beide dochters nooit te boven kwam. Hij kwam dus in de onderwereld voor hij een hoge leeftijd had bereikt.

Hij werd opgevolgd door Erechtheus die Athene wijs bestuurde. Hij kreeg vier zonen en vier dochters van wie er twee als even mooi beschouwd werden: Procris en Orithyia.

Cephalus - die bofkont - mocht trouwen met Procris en Boreas, de god van de noordenwind, vroeg de hand van Orithyia; maar omdat hij uit Thrakië kwam en men in Athene Tereus nog niet vergeten was, kreeg hij Orithyia niet tot vrouw.

Dat maakte Boreas woedend: "Waartoe dient dat vragen, dat smeken? Ik ben een god met tomeloze krachten, ik kan stormen ontketenen, ik kan water bevriezen, ik kan de hemel doen daveren, en ik vráág aan Erechtheus de hand van zijn dochter? Ik had hem schoonvader moeten máken!"
 

Boreas en Orithyia

Dan sloeg de windgod zijn vleugels uit (als hij dat doet, voel je het waaien op aarde en trilt het zee-oppervlak); hij gleed over hoge bergtoppen naar het zuiden en greep, laag over de grond scherend, de bange Orithyia vast om met haar naar het noorden te vliegen. Daar trouwde hij met zijn felbegeerde buit.

Mettertijd kreeg Orithyia een tweeling, jongens die even knap waren als hun moeder en later vleugels kregen zoals hun vader. Want zolang ze baardeloos waren, hadden ze geen vleugels; die kregen ze pas toen ze volwassen begonnen te worden. Hun namen waren Celais en Zetes.

Toen ze echte mannen waren geworden, trokken Celais en Zetes mee met de Argonauten op zoek naar het glanzend gulden vlies, ver weg ergens in het oosten, over zeeën waar nog nooit schepen hadden gevaren.