Uit LIBER QUINTUS
 

Evelyne Devos

3 LaWi

1996-1997
 

Pluto en Proserpina

Pluto wordt door Cupido verliefd gemaakt

«Ceres was een zeer verdienstelijke godin: zij was namelijk de eerste die met een kromme ploegschaar de harde grond loswerkte, graan op de akkers zaaide (graan is nog steeds een van de zegenrijkste gewassen) en wetten gaf. Als dank voor dit alles wil ik een ode aan haar opdragen, en ik hoop dat dit loflied haar zal bevallen.

Sicilië ligt volledig boven op Typhoeus' lichaam. Het drukt hem zo zwaar neer omdat hij in zijn dwaasheid hoopte op een plaats in het hemelrijk. Vaak spartelde hij nog tegen en vocht hij om rechtop te komen, maar dat lukte hem niet want op zijn handen rustten bergen: op zijn linkerhand de Pachynus-rotsen en op zijn rechter de Pelorus. Zijn voeten werden tegengehouden door de stad Lilybaeum terwijl de Etna zijn hoofd naar beneden drukte. Daaronder hoestte de woeste Typhoeus zand en as op, terwijl er vlammen uit zijn keel kwamen. Door het hoesten schudde de aarde; ze beefde zelfs zo hevig dat de heerser over de schimmen bang was dat er een scheur zou ontstaan in de grond, waardoor het daglicht zou kunnen binnendringen in de onderwereld. Dat zou paniek zaaien in het schimmenrijk, en dat wou de heerser over de Tartarus vermijden. Hij verliet zijn paleis om langs enkele plaatsen van Sicilië te rijden met zijn span zwarte paarden. Nu hij met eigen ogen gezien had dat alles in orde was, voelde hij zich gerustgesteld. Tijdens die tocht werd hij opgemerkt door Venus die van op haar Eryx-berg toekeek...

Ze nam haar kind op haar schoot en vleide hem: 'Cupido, jij bent mijn rechterhand, mijn sterkste wapen. Pak je boog waarmee je alle harten beheerst. Richt snel een pijl met een gouden punt op die dodengod: hij kreeg de macht over het derde deel van het godenrijk. Als jij zelfs Jupiter en Neptunus kan treffen, waarom dan de dodenheerser niet? Als je hem kunt raken, zou dat mijn macht en de jouwe aanzienlijk vergroten. Hij regeert immers over een derde van het heelal! In de hemel schatten ze ons en onze macht niet hoog, en als mijn macht afneemt, dan neemt ook de jouwe af. Je weet toch hoe Minerva en Diana de jageres mij verstoten hebben? Als wij er niets aan doen, zal Ceres' dochter eeuwig maagd blijven. Proserpina heeft namelijk geen trouwplannen. Als jij dus wilt bijdragen tot onze macht, maak dan dat ze trouwt met haar oom.'

Zo sprak Venus. Cupido trok zijn pijlkoker open en koos van de vele pijlen de scherpste, dus de meest betrouwbare, de pijl die het best zou gehoorzamen aan de boog van zijn meester. Dan deed hij wat zijn moeder hem had opgedragen en schoot de gouden pijl met een scherpe haak rechtstreeks in Pluto's hart.
 

Pluto schaakt Proserpina, Ceres' dochter

Nabij de muren van Enna bevindt zich een diep meer, het Pergus-meer. Daar klinken de liederen van de zwanen even mooi als op het water van de Caystros in Lydië. Het Pergusmeer wordt omringd door een dicht bos. De bladeren vormen als het ware een dak en houden de zonnestralen tegen. Takken verschaffen dus koelte en de malse grond dient als voedsel voor talrijke bloemen: op die plek heerst de eeuwige lente.

Proserpina vermaakte zich daar zoals meisjes dat kunnen, en ijverig verzamelde ze lelies en viooltjes in haar schoot. Ze werd haast in een tel gezien, begeerd en veroverd door Pluto - zo snel kan de liefde werken. Het goddelijke meisje was doodsbenauwd en riep huilend om haar moeder en haar vriendinnen - het meest natuurlijk om haar moeder. Toen de zoom van haar kleed scheurde, verloor ze de bloemen die ze daar verzameld had. Hoe naïef is de jeugd toch: door dit verlies werd het meisje zo mogelijk nog verdrietiger...

Pluto voerde het tempo op en spoorde zijn paarden aan door elk dier bij zijn naam te noemen en door ze de teugels te laten voelen, die door donkere roest waren aangetast. Ze kwamen langs het diepe water bij de stad Palica (waar uit de gespleten aarde kokende zwaveldampen oprijzen) en langs het door Corinthe gestichte Syracuse, een stad met twee ongelijke havens.
 

De bronnimf Cyane tracht Pluto tegen te houden

Tussen Arethusa's bron en die van Cyane ligt een smalle baai. Hier woonde Cyane, genoemd naar haar bron en de bekendste nimf op Sicilië. Zij rees op uit het water, herkende de godin en riep: 'Halt, niet verder! Je kunt niet zomaar de schoonzoon van Ceres worden. Je had beter een aanzoek gedaan in plaats van haar dochter te roven! Als ik zo vrij mag zijn om groot met klein te vergelijken: toen Anapis mij wilde, heeft hij me ten huwelijk gevraagd. Ik moest niet trouwen uit doodsangst, zoals Proserpina nu.' Terwijl ze zo sprak, bleef ze met wijdgeopende armen vlak voor Pluto staan.

Saturnus' zoon kon zijn woede niet meer bedwingen en gaf zijn paarden van de zweep. Hij gooide zijn scepter in het diepste deel van de bron en toen die daar in de bodem vastzat, ontstond er een doorgang naar de Tartarus. De wagen verdween in de opening.

Cyane was bedroefd om de roof van Proserpina en omdat Pluto haar bron misbruikt had om naar de onderwereld te ontsnappen. In haar droefheid begon ze te wenen en loste langzaam op in het water waarvan ze tot voor kort, als nimf, meesteres was geweest.

Je had het moeten zien gebeuren: haar lichaam smolt, haar beenderen verloren hun vastheid, haar nagels werden helemaal zacht. Wat zeer dun was aan haar lichaam, veranderde het eerst in water: haar vingers, haar benen, haar voeten en haar donkerblauw haar. Al deze lichte substanties versmolten binnen de kortste keren tot water. Vervolgens losten haar schouders, haar rug en haar borst op. Haar bloed werd water, en zo bleef er niets meer over dat nog kon aangeraakt worden.

Ceres was ondertussen op zoek gegaan naar haar dochter, maar tevergeefs. Ze zocht overal en vroeg aan iedereen of ze haar dochter nergens hadden gezien. Maar noch Aurora, die met het haar vol dauw de ochtend brengt, noch de Avondster konden haar helpen. Ceres had twee fakkels bij zich die ze aanstak aan het vuur van de Etna om haar dochter ook 's nachts te blijven zoeken. Ook de volgende dag zette ze van 's morgens tot 's avonds haar speurtocht verder en gaf de moed niet op.

Ceres was die avond doodmoe van het zoeken. Ze had dorst maar was bij geen enkele bron gestopt om haar dorst te lessen. Plots zag ze een klein hutje. Ze klopte aan en een oude vrouw deed open. De godin vroeg om een beetje water en het vrouwtje bood haar een zoete drank aan. Toen Ceres ervan dronk, stond er opeens een brutale kwajongen naast haar. Hij lachte haar uit en schold haar uit voor zuipschuit...

Diep beledigd plensde Ceres de halfvolle beker pal in zijn gezicht. De jongen was doordrenkt en zat vol vlekken. En kijk, zijn armen veranderden in poten en hij kreeg een staart! Zijn lichaam werd ongelooflijk klein opdat hij niet veel kwaad meer zou kunnen uitrichten: nog kleiner dan een kleine hagedis. Het vrouwtje barste in tranen uit, ze wou de hagedis nog grijpen maar die schoot weg in een donker hoekje. Zijn naam "sterhagedis" past uitstekend bij zijn huid vanwege al die spetters.