Uit LIBER PRIMUS
 

Evelyne Coussée

3 LaWi

1996-1997
 

Io

De riviergoden haar vader Peneus

In Thessalië stuwde de Peneus die ontsprong in het Pindus-gebergte, zijn wateren doorheen het bosrijke Tempe-dal. Door een grote waterval vormde hij nevelgordijnen en mistslierten, waarbij zijn druppels tot in de hoogste bomen vlogen en zijn gedonder door de omgeving raasde. Daar huisde die machtige stroom, tronend in de grotten die hij in de rotsen had gemaakt, daar sprak hij recht over nimfen en rivieren.

Daarheen kwamen ook de andere stromen van het land, niet goed wetend of ze Daphne's vader moeten gelukwensen of troosten. Allemaal waren ze aanwezig: de Spercheius, de Enipeus, de Eridanus, de Amphrysus, de Aias en alle anderen die hun water moeizaam in kronkels zeewaarts voeren, elk langs een eigen bedding.
 

Een rivier ontbreekt: de Inachus

De enige afwezige was Inachus; die zat stilletjes te treuren omdat zijn lieftallige dochter Io onvindbaar bleef. Hij wist niet of zij nog in leven was of al onder de schimmen vertoefde, maar hij vreesde het ergste. Jupiter had haar ontmoet en ze had hem zo behaagd dat hij op alle manieren haar gunst trachtte te winnen. Hij had haar zelfs gevraagd de schaduw van het bos op te zoeken en had eraan toegevoegd :"Je hoeft niet bang te zijn om alleen het bos in te gaan want de heerser over de goden zal je met de grootste zachtheid beschermen."

Maar zijn moeite om haar te winnen was tevergeefs: angstig zette ze het op een lopen. Ze had reeds de landerijen van Lerna en het Lycaeisch bosland achter zich gelaten, toen de god de aarde in ondoordringbare duisternis hulde. Dat was de enige manier waarop hij haar kon te pakken krijgen om zich aan haar te vergrijpen.

Juno was stomverbaasd toen ze merkte dat het op klaarlichte dag plots zo donker werd als de nacht. Toen ze met zekerheid kon zeggen dat de dampen niet uit een rivierbedding opstegen, begon ze argwaan te krijgen. Die achterdocht groeide nog toen haar echtgenoot nergens in de hemel te ontdekken was; in hevige toorn riep ze uit :"Als ik me niet bedrieg, word ik bedrogen." Ze gleed omlaag naar de aarde en gebood de duistere nevels te wijken.

Jupiter echter had een voorgevoel van Juno's komst en had Io voor alle zekerheid in een koe veranderd. Maar ook in haar veranderde gedaante behield Io haar lieftalligheid. Juno deed alsof ze van niets wist (alhoewel ze de list van haar echtgenoot natuurlijk doorzien had) en vroeg waar het toch wel prachtige dier vandaan kwam. Jupiter moest zijn toevlucht nemen tot leugens en verklaarde dat zij uit de aarde voortkwam. Maar Juno bracht met een sluwe vraag haar man aardig in de problemen: kreeg ze het bekoorlijke dier als geschenk?

De oppergod wist niet wat te doen want weigeren zou zeker Juno's achterdocht opwekken. Liefde dwong hem tot het ene maar weerhield hem van het ander. Hij wikte en woog zorgvuldig de mogelijkheden af maar moest ten einde raad toch zwichten voor de innemendheid van Juno. Met bezwaard hart droeg hij het gevraagde geschenk over aan zijn echtgenote. Toch kon Juno de angstgevoelens niet geheel van zich afzetten en gebood de zoon van Arestor, Argus met zijn honderd ogen, de arme Io te bewaken.
 

Io wordt, als koe, bewaakt door Argus

Argus was een zonderling wezen met honderd ogen waarvan er om beurt twee rustten terwijl de anderen de waakten. Waar Io zich ook bevond, nooit was het haar gegund om buiten het bereik van Argus' blik te blijven. Het lot van de arme Io was wreed want bij daglicht mocht ze grazen, maar zodra de zonnewagen achter de horizon verdween en Somnus zich over de mensen ontfermde, werd haar eens zo lieflijke hals aan zware kettingen vastgelegd. Haar voedsel bestond uit bladeren en met modderig water moest zij haar dorst lessen. Als bed moest ze de grond gebruiken, zelfs wanneer die niet bedekt was met een dun laagje gras. Toen ze haar klachten probeerde te uiten, weerklonk alleen een akelig geloei dat zelfs haar schrik aanjoeg.

Toen ze op zekere dag een blik wierp in het heldere water van de Inachus, deinsde ze verschrikt terug. Het deed haar immens veel pijn dat zelfs haar eigen vader haar niet lieflijk streelde maar haar slechts afgeplukt gras aanreikte. Ze likte haar vaders handen en liet haar hete tranen stromen. Als ze nu had kunnen spreken, had ze tenminste hulp kunnen vragen...

Met haar poot maakte ze een teken in de zandgrond en bracht zo haar vader op de hoogte van haar vreselijke lot. Hangend aan de hals en horens van de sneeuwwitte koe riep Inachus ontzet: "Ben jij het kind naar wie ik overal heb gezocht? Je kunt niet antwoorden en niet praten, alleen mijn vragen met loeien beantwoorden? Ik droomde van een huwelijksfeest en hoopte op een schoonzoon en ja, zelfs op kleinzoons, maar nu behoor je tot het vee en doet elke aanblik mijn mooie dromen vervagen. O, mocht een spoedige dood mij van deze kwelling bevrijden! Maar ik ben een god en voor mij zullen de poorten van de onderwereld nooit opengaan; ik zal wegkwijnen van verdriet." Maar Argus duwde hem weg en sleurde Io mee naar afgelegen weiden. Hij nam plaats op een hoge bergtop vanwaar hij een goed zicht had.
 

Mercurius moet Io bevrijden

Jupiter had het tafereel uit de hemel gevolgd. De hevige liefde die Jupiter nog voor Io voelde, zette hem ertoe aan de veroorzaker van Io's pijn te doden. Hij liet deze taak over aan zijn zoon Mercurius die, nadat hij zijn vleugelschoenen had aangebonden en zijn staf had genomen, zich haastig naar de aarde begaf. Daar ontdeed hij zich van alle goddelijke instrumenten en hield alleen de godenstaf nog in zijn handen. Daarmee nam hij de gedaante aan van een herder die met een herdersfluit zijn geiten door de rustige weiden dreef.

Argus had Mercurius al vlug opgemerkt en hem uitgenodigd om naast hem op de rotsblok plaats te nemen. Mercurius ging op dit verzoek in en probeerde op alle mogelijke manieren de loerende ogen van Argus in slaap te sussen. Toen de sluimer zich van hem dreigde meester te maken, probeerde hij verwoed wakker te blijven en vroeg aan Mercurius naar de afkomst van de merkwaardige rietfluit. Mercurius gaf daar met genoegen gehoor aan en vertelde daaromtrent het volgende verhaal:

"Eens leefde in Arcadië, in de koude bergen bij Nonacris, een beeldschone nimf. Door haar vriendinnen werd ze Syrinx genoemd. Maar al te vaak hadden opdringerige saters en ja, zelfs goden die zich graag in de schaduwrijke bossen ophielden, haar liefde trachten te winnen. Dat alles was tevergeefs geweest want zowel haar kuisheid als haar levensstijl had ze aan Diana toegewijd. In jachtkledij leek ze wel Diana zelf te zijn met dat verschil dat Diana's boog van goud was en de hare van hoorn. Toen ze op een keer terugkwam van de Lycaeus-berg, merkte Pan haar op en ook hij kon niet weerstaan aan de knappe verschijning. Maar wat hij ook verzon, de nimf bleef doof voor zijn woorden.

Ze vluchtte voor zijn aandrang doorheen de uitgestrekte velden tot ze de zandbank in de Ladonstroom bereikte. Ze zou zelfs aan haar achtervolger zijn ontsnapt als niet water haar snelle loop stuitte. Toen smeekte ze in haar angst tot haar waterzusters om hun bescherming om niet in handen van haar achtervolger te vallen. Reeds was Pan nabij en net toen hij dacht de begeerde buit te grijpen, hield hij in plaats van de nimf een moerasriet in zijn handen...

Teleurgesteld zuchtte hij en dat gezucht verwekte een zachte, klagende weerklank in het riet. Compleet verrast door deze nieuwe vondst riep hij: 'Zo zullen we voortaan samen blijven!' Daarop nam hij enkele rietstengels die zich van elkaar onderscheidden in grootte, voegde ze aaneen met was en noemde ze Syrinx. Haar naam zou voor eeuwig blijven voortleven in de rietfluit."

Dit alles vertelde Mercurius toen hij plots merkte dat ook de laatste oogleden van Argus zich hadden gesloten. Onmiddellijk zweeg de bode der goden en streek met zijn staf behoedzaam over alle honderd ogen om de verdoving nog te versterken. Bliksemsnel greep Mercurius zijn zwaard en trof Argus daarmee op de plaats waar zijn hoofd aan de nek vastzat. Daarna duwde hij hem van de rots zodat zijn bloed een blijvend spoor op de helling achterliet. Argus was stervende. Zijn eens zo waakzame ogen hadden zich nu voorgoed gesloten. Maar toch zou hij nooit vergeten worden want Juno zou de lichtjes van zijn eens zo fonkelende ogen opnemen in haar pauwenstaart.

Juno wreekt zich op Io

Ze had zitten toekijken vanuit de hemel. Hevig vertoornd besloot ze haar wraak niet langer uit te stellen. Ze vervulde het hart van de gehate minnares met een onnoemelijke angst. Het was net alsof ze door een schrikgodin werd achtervolgd. De waanzin nabij joeg ze voort door alle landen van de wereld. Maar aan de oever van de Nijl was ze aan het einde van haar krachten. Door eindeloos leed overweldigd viel ze voorover op haar knieën en terwijl ze haar hoofd en hals naar de hemel richtte, smeekte ze tot Jupiter om haar van alle ellende te verlossen.

Haar smekende woorden troffen Jupiter en medelijdend richtte hij zich tot zijn bedrogen echtgenote. Terwijl hij haar teder omarmde, vroeg hij Io uit haar vreselijke lot te bevrijden. De godin liet zich overreden nadat Jupiter bij de Styx had gezworen dat Io geen hinder meer zou zijn voor hun huwelijk. Nauwelijks had ze toegegeven of Io werd weer de oude...

Haar gezicht werd weer als zoals dat van een mens, haar vacht verdween van haar lichaam, haar horens verschrompelden en groeiden weg, haar ogen werden weer zoals vroeger en de brede bek nam weer de vorm aan van een mond. Haar schouders en armen keerden terug en de hoef kreeg de vorm van een sierlijke mensenhand. Niets bleef over van de koe, alleen de glanzende witte kleur. Zij kon nauwelijks geloven dat ze weer een menselijk gedaante bezat. Opgetogen richtte ze zich op maar durfde niet te spreken. De herinnering aan het koe-achtig geluid had haar bang gemaakt. Pas na enige tijd waagde ze het enkele woorden uit te brengen.