Uit LIBER QUARTUS
 

David Devroedt

3 LaMt

1996-1997
 

De dochters van Minyas, het tweede verhaal: Vulcanus betrapt Mars en Venus

Na dit eerste verhaal over de ongelukkig afgelopen liefde van Pyramus en Thisbe was het de beurt aan Leuconoë om haar verhaal te vertellen, en haar twee zusters luisterden aandachtig terwijl ze ijverig verder werkten.

"Net zoals alle andere goden kon ook de Zonnegod, die licht en warmte aan de aarde schenkt, verliefd worden. Hij was de god die steeds alles wat verkeerd ging, als eerste bemerkte. Zo was hij heel verontwaardigd toen hij het overspel van Venus en Mars ontdekte. Verbolgen stapte hij naar Vulcanus, de echtgenoot van de godin van de liefde, en bracht hem van het overspelig gedrag van zijn vrouw op de hoogte.

Toen Vulcanus dat nieuws vernomen had, stootte hij razend het kunstwerk opzij waaraan hij zat te werken. Hij begon onmiddellijk flinterdunne bronzen kettinkjes te verweven tot netten waaraan hij klemmen bevestigde. Het geheel was zo fijn dat het bijna onzichtbaar was! Daarmee gewapend strompelde hij naar het echtelijk bed waar zijn vrouw Mars zou ontvangen en bevestigde daar omzichtig zijn pas gefabriceerd kunstwerk.
 

Vulcanus immobiliseert Venus en Mars

Toen de twee verliefden even later elkaar in datzelfde bed vurig omhelsden, waren ze plots gevangen door het bijna onzichtbare web van Vulcanus... Zonder aarzelen gooide de bedrogen echtgenoot de wit-ivoren deuren van zijn woonst open en riep de andere goden binnen om getuige te zijn van het schandelijk overspel van zijn vrouw.

Hoewel het verliefde paar smadelijk gevangen lag, proestten de overige goden het uit in plaats van schande te spreken over het gedrag van Mars en Venus, en nog lang daarna was dit gebeuren gespreksonderwerp nummer een bij de hemelbewoners. Maar Venus kon er niet mee lachen en ze zwoer dat ze zich zou wreken op de Zonnegod die haar verraden had...
 

Venus neemt wraak op de Zonnegod

Omdat zij nu eenmaal de macht over de liefde bezat, maakte Venus de Zonnegod stapelverliefd op Leucothoë. De Zonnegod richtte alleen nog zijn blikken op dat meisje, waardoor hij soms te vroeg in het oosten opkwam of te laat in het westen verdween. Hij maakte de winteruren langer door naar haar te blijven staren en dacht alleen nog maar aan zijn Leucothoë - voor niets of niemand anders had hij nog belangstelling: niet voor Rhodus, niet voor Clymene en evenmin voor Circe's moeder die zo mooi was; zelfs niet voor Clytië die zo graag het bed had willen delen met de Zonnegod en die nu hartstikke jaloers was!

Leucothoë's vader was Orchamus, de koning van Perzië. Terwijl de paarden van de Zonnegod zich te goed deden aan het ambrozijn dat hen opnieuw energie gaf na het zwoegen van de vorige dag, betrad de Zonnegod de kamer van Leucothoë. Hij had echter eerst de gedaante aangenomen van Eurynome, de moeder van het meisje. Daar zat Leucothoë gladde wollen draad op spoelen te winden, geholpen door twaalf slavinnen. Haar 'moeder' gaf Leucothoë een tedere kus. Ze stuurde de slavinnen weg want ze wou 'haar dochter een klein geheim verklappen'.

Zodra de meisjes uit de kamer waren, vertelde haar 'moeder' dat hij eigenlijk een god was die een baan omheen de aarde beschreef en alles als eerste zag, maar er ook voor zorgde dat de mensen op aarde alles konden zien. De Zonnegod vertelde dat hij stapelverliefd was op Leucothoë. Geschrokken door zijn ongelooflijke woorden liet ze de spoel met de opgedraaide wol uit haar handen vallen. Maar hoe bang ze ook was, ze voelde zich terzelfder tijd gevleid!

Daarop nam de Zonnegod opnieuw zijn ware gedaante en zijn natuurlijke schoonheid aan. Zonder nog bezwaar te maken gaf Leucothoë zich over aan zijn goddelijke lust en schoonheid...

Daardoor was Clytië nog jaloerser geworden dan voorheen want haar liefde voor de Zonnegod kende nu eenmaal geen grenzen; ze wou koste wat het kost wraak nemen op Leucothoë. Daarom vertelde ze aan iedereen dat Leucothoë 'onfatsoenlijk overspel' pleegde en vertelde deze grove leugen ook aan Leucothoë's vader, Orchamus.

Orchamus ontstak in een nooit geziene woede: hij duwde zijn dochter in een diepe kuil die hij meedogenloos dichtgooide met zand. Onmiddellijk probeerde Leucothoë's geliefde met zijn krachtige stralen het zand weg te vegen om haar nog te kunnen redden, maar zijn hulp kwam - helaas - te laat. Ondanks de enorme inspanning van de Zonnegod lag Leucothoë dood in de diepe kuil. Toch probeerde de wanhopige god het kille lichaam met zijn warme stralen nog tot leven te wekken, maar ook dat mocht niet baten: Leucothoë was en bleef dood...

De Zonnegod sprenkelde nectar op haar graf waardoor haar lichaam oploste en vervloog. De nectar sijpelde in de grond en toen die doordrenkt was, groeide op die plaats langzaam maar zeker een wierookstruik.
 

Clytië, wanhopig verliefd op de Zonnegod, verandert in een zonnebloem

Na deze dramatische gebeurtenis werd Clytië, nog steeds verliefd op de Zonnegod, nooit meer door hem bezocht. Hij wou van haar liefde niet meer weten en wees haar eens en voorgoed af. Nadien was Clytië nooit meer in het gezelschap van andere nimfen; ze kwijnde weg van liefdesverdriet.

Dagenlang zat ze in de open velden, onverzorgd, haar haren slordig in haar nek. Negen dagen lang bleef ze roerloos op de grond zitten; ze at niet meer en dronk niet meer. Ze voedde zich met de dauw op de planten en met haar eigen tranen. Steeds bleef ze naar de Zonnegod staren... Langzaam vergroeide ze met de grond en veranderde in een bloem: een zonnebloem. Haar hoofd werd een krans van bloemblaadjes, de rest van haar lichaam vervormde tot een bloedloze stengel. Sindsdien bleef ze zwijgzaam naar haar geliefde god staren en bleef hem eeuwig trouw."

Toch waren de zusters het onderling niet eens; was zulk een gedaanteverandering wel mogelijk? Waren de onsterfelijke goden dan inderdaad tot alles in staat? En toen ze het over de goden hadden, beschouwden ze Bacchus natuurlijk niet als een van hen die alles konden...