Uit LIBER QUARTUS
 

Bruno Vallaeys

3 LaWi

1997-1998
 

De dochters van koning Minyas weigeren mee te doen aan de Bacchusrituelen

Toch vond Alcithoë, een dochter van Minyas, de koning van Orchomenus, ondanks het vreselijke lot van Pentheus, de hele heisa rond die Bacchus onduldbaar, ja, zij beweerde nog steeds dat Bacchus geen zoon van Jupiter was! De Bacchuspriester had nochtans alle huisvrouwen en slavinnen van hun taken ontslagen om te kunnen deelnemen aan de feestelijkheden: ze moesten komen in dierenhuiden gehuld, met loshangende haren, met kransen rond de hals en met een thyrsusstaf in de hand. Als de wens van de god niet zou ingewilligd worden, zou de wraak van Bacchus vreselijk zijn, had de priester gezegd.

Iedereen gehoorzaamde dus en liet alles in de steek om wierookoffers te gaan brengen. "Bacchus!" klonk het overal, "Donderaar! Bevrijder! In vuur ontsproten god, jij die de enige zoon bent met twee moeders, jij die als enige tweemaal geboren bent! God van Nysa! Jij, die ervoor zorgt dat feestelijke wijn rijpt! Nachtgod! Jouw jeugd is eeuwig, want jij blijft voor eeuwig jong, je bent de mooiste van het godenrijk! Als jij je zonder hoorns toont, is je gelaat meisjesachtig mooi! Godslasteraars als Pentheus en Lycurgus heb jij, vereerde god, te gronde gericht! Tyrrheense zeelui heb je in de golven gejaagd! Je wagen wordt getrokken door een span lynxen! Bacchanten en saters dansen achter je aan! De oude, dronken Silenus wankelt of hangt onzeker op een doorgezakte ezel! Waar je ook komt, Bacchus, juicht de jeugd, slaat men op de tamboerijn of op holle bekkens en blaast men op de houten fluit!" Overal hoorde je dezelfde kreten. "Wees ons genadig, kom!" riepen de vrouwen terwijl ze, zoals hen bevolen was, een offer brachten.

Alleen de dochters van koning Minyas waren thuis gebleven. Door hun overdreven ijver schonden zij het heilige feest: ze sponnen wol, werkten aan het weefgetouw en gaven hun slavinnen bevelen. Eén van de zusters zei, terwijl ze handig met haar duim de wollen draad omlegde: "Terwijl de anderen niets doen en een valse god eren, dienen wij een betere godin: Minerva... Laten we het harde werk wat verlichten door verhalen te vertellen, elk om beurt, zodat de tijd door het luisteren vlugger schijnt te gaan." Haar zusters vonden dat een goed voorstel.

Omdat zij op het idee gekomen was om de tijd te doden met verhalen, mocht ze beginnen. Ze dacht lang na, want ze kende veel mooie verhalen; ze twijfelde tussen een aantal onderwerpen. Misschien een uit Babylonië, hoe Dercetis (volgens de Palestijnen) van een vrouw in een vis veranderde en rondzwom in een meer? Of hoe Semiramis, de dochter van Dercetis, vogel was geworden en haar laatste jaren sleet te midden van witte duiven? Of hoe een waternimf met toverspreuken en wonderkruiden enkele jongens omtoverde in stomme vissen, totdat zij er zelf een werd? Of hoe een boom met eerst witte vruchten later zwarte vruchten kreeg door rondspattend bloed? Ja, dat stond haar aan, des te meer omdat het geen al te bekend verhaal was.