Uit LIBER DUODECIMUS
 

Alisha Van Elslander

3 LaMt

2000-2001
 

Troje rouwt om Aesacus

Priamus, de vader van Aesacus, wist niet dat zijn zoon nog in leven was als een vogel en rouwde. Ook Hector en zijn broers rouwden bij een leeg graf. Paris was de enige die verstek liet gaan bij deze droevige plechtigheid. Niet lang daarna bracht hij zijn stad in jarenlange oorlog door het schaken van een gehuwde vrouw; de hele Griekse vloot met duizenden schepen zou, volledig bemand, koers zetten naar Troje. Er zou snel wraak genomen zijn als tegenwind de zee niet onbevaarbaar had gemaakt en de Grieken in Aulis, een vissershaven in BeotiŽ, het uitvaren had belet.

De Grieken moeten een mensenoffer brengen

Terwijl zij daar, naar vaderlandse gewoonte, offers aan Jupiter brachten en het altaar gloeide van het vuur, zagen ze plots een donkergroene slang wegschieten in een plataan, die bij de offerplaats stond. Iedereen was ontsteld toen de slang gulzig een nest met een achttal vogeltjes erin verslond, samen met hun moeder, die rond haar arme kroost fladderde.

Calchas, die als ziener de waarheid kende, riep het volgende: "O Grieken, wees verheugd want wij zullen winnen! Troje zal vallen, maar het zal voor ons een lange strijd worden." Hij legde de negen vogels uit als oorlogsjaren; intussen was de slang, zoals hij daar in het takkengroen gekronkeld lag, versteend...

Maar de zeegod Nereus bleef hevig te keer gaan in de Griekse wateren waardoor het vertrek naar de oorlog moest worden uitgesteld. Sommigen beweerden dat Neptunus Troje wou sparen omdat hij de muren rond die stad had gebouwd, maar Calchas ontkende dat. Hij wist meer en wilde niet langer verzwijgen dat de maagdelijke godin Diana vertoornd was en alleen met maagdenbloed kon verzoend worden. Nu moest het vaderhart van Agamemnons zwichten voor zijn plicht als koning: hij moest het onschuldige bloed doen vloeien van zijn kind Iphigenia...

Toen Iphigenia daar voor het altaar stond, huilden zelfs de priesters. Dan toonde Diana zich genadig: men zei dat ze een mist vormde om in de drukte van gebed en riten het meisje te vervangen door een hert. Omdat ze zo verzoend was met een passend offer, bedaarde haar woede: de zee werd kalm. Toen voelden de duizenden schepen de wind in hun zeilen blazen en landden na veel tegenslagen eindelijk op de Trojaanse kust.

Waar Fama woont...

Er is een plaats, in het midden tussen zee, aarde en hemelbanen. Van op die plaats wordt alles opgemerkt, hoe ver of hoe afgelegen ook; daar vangen grote gewelven elk geluid op. Vrouw Fama heerst er in een paleis. Dat zij liet bouwen op het hoogste punt; er zijn ontelbare openingen die nooit met deuren afgesloten zijn. Het huis staat dag en nacht open en is geheel van brons gemaakt. Het echoot, het klinkt, het weerklinkt en het verklankt wat het ook maar hoort, nooit is het daarbinnen stil of rustig.

Toch is er geen lawaai, het is meer geruis van fluisterende stemmen, zoals de zee kan klinken als je er van ver naar luistert. Soms is het als de nagalm van een verre donder wanneer door Jupiter met donkere wolken wordt gedreund. Binnen zijn volle zalen met schimmig volk dat in- en uitloopt, en overal hangen er duizenden geruchten door elkaar, valse en ware, die onophoudelijk geroddel doet opwaaien. Een deel van hen vult holle oren met gefluisterd nieuws dat dan snel wordt doorgegeven met een groeiend aantal verzinsels. Elke nieuwe bron breidt de geruchten uit...

Fama verwittigt de Trojanen

Daar wonen lichtgelovigheid, blind misverstand, ijdele blijdschap, door angst ontketende paniek, spontaan protest en gefluister van dubieuze afkomst, en dus vrouw Fama zelf. Zij ziet alles wat zich in lucht, op zee of op aarde afspeelt. Ook verzamelt ze nieuws door heel de wereld. Fama verkondigde dat de Griekse vloot met man en macht nabij was en de gewaarschuwde Trojanen stonden gewapend klaar, waarbij de kuststrook bewaakt werd om de landing te beletten. Protesilaus was, zoals voorspeld, de eerste die sneuvelde door de speer van Hector. Zo kwam die strijd de Grieken duur te staan.

Het duel tussen Achilleus en Cycnus

Ook in Troje had men door zware verliezen gevoeld wat Griekse strijdlust kon aanrichten... Het strand bij de Sigaeum was doordrenkt van bloed en duizend Grieken waren al gedood door Cycnus, Neptunusí zoon. Daar stormde Achilles op zijn strijdwagen rond en maaide met zijn lans hele linies Trojanen neer. Speurend naar Hector en Cycnus ontmoette hij eerst Cycnus; Hector moest nog wachten tot het tiende jaar van de oorlog.

Achilles vuurde zijn paarden aan en reed op zijn vijand af. Vervaarlijk met zijn speren balancerend riep hij: "Wie je ook mag zijn, vriend, beschouw het als een troost dat je gedood wordt door Achilles uit Thessalie!" Hij slingerde zijn speer en ook al vloog die strak op zijn doel af, toch trof de worp de vijand in de borst met te weinig kracht, waarop Cycnus terugriep: "Jij, zoon van Thetis, van wie de faam al lang bij ons bekend is, verbaast het je niet dat je mij niet eens verwond hebt?"

Achilles keek inderdaad verbaasd. "Mijn koperen helm met paardenpluimen en mijn zwaar rond schild bieden mij geen bescherming want ze dienen alleen voor versiering. Ook Mars draagt alleen wapens om die reden. Ook al neem je de dekking van deze wapenrusting weg, ik blijf ongedeerd! Het betekent niet veel om de zoon te zijn van een NereÔde, maar het betekent veel een zoon te zijn van de god van de zee!"

Toen richtte hij zijn speer op Achilles. Zijn speer bleef steken in het bolle schild maar had het brons en negen lagen leer doorboord voor hij in de tiende tot stilstand kwam. Achilles trok hem los en slingerde het trillend wapen krachtig terug, maar opnieuw bleef Cycnus ongedeerd. Ook een derde speerworp wist hem niet te vellen, ook al stond Cycnus ongedekt vlak voor hem.

Nu werd Achilles woedend, zoals een stier in het open circus die angstaanjagend met zijn horens op een rode lap afrent en dan merkt dat stoot na stoot mislukt. Hij onderzocht of soms de ijzeren punt was afgebroken, maar die zat nog aan de speerschacht.

"Wordt mijn arm zo zwak dat alle kracht van vroeger na een worp weg is?" dacht hij. "Ik was sterk genoeg om ooit Lyrnessusí muur als eerste stuk te slaan, om Tenedos te laten proeven van eigen bloed, of Thebe, vesting van EŽtion, of om Caisusí water rood te kleuren door een slachting van eigen volk. Ook Telephus heeft tweemaal de kracht van mijn lans gevoeld en hier op dit strand zie ik toch hopen doden liggen die door mij zijn geveld. Mijn hand was sterk genoeg en is dat nog!"

Uit wanhoop over de gemiste kansen richtte hij nu eerst zijn speer op een van de LyciŽrs, Menoetes, en doorboorde hem dwars door zijn harnas en dwars door zijn hart. Toen Menoetes stervend met een dreun op de grond viel, ontwrong Achilles zelf het wapen aan de warme wonde en schreeuwde: "Met deze speer heb ik gezegevierd, ik zal hem nu opnieuw gebruiken met dezelfde afloop!", waarna hij weer op Cycnus toeliep en zijn speer opnieuw doel liet treffen, recht in de linkerschouder. De worp miste zijn doel niet maar toch ketste de speer af alsof ze een muur of een harde rots had geraakt. Toch bloedde Cycnus waar hij geraakt was, maar de vreugde van Achilles was van korte duur, want er was helemaal geen wonde, het bloed bleek nog afkomstig te zijn van Menoetes!

Dan sprong Achilles snel van de wagenbak, rende met zijn blinkend zwaard naar Cycnus, die hem rustig liet komen. Achilles voelde hoe hij de helm en het schild van Cycnus doorkliefde en hoe dan toch de ijzeren speerpunt brak op het harde lichaam van zijn tegenstander. Nu werd het hem te veel. Omdat Cycnus geen schild meer had, beukte hij hem viermaal in het gezicht, sloeg met zijn zwaardkling tegen zijn schedel, greep hem vast toen hij wegdook en gunde hem geen rust om bij te komen.

Cycnus raakte in doodsangst en een zwarte wolk dreef voor zijn ogen. Voetje voor voetje deinsde hij terug, maar plots versperde een rotsblok midden in het veld hem de weg. Hij werd er ruggelings tegenaan gedrukt; toen tilde Achilles hem met al zijn krachten omhoog, smeet hem op de grond en drukte daarna met schild en knieŽn stevig op Cycnusí borstkas. De helmband onder zijn kin werd steeds strakker aangetrokken totdat hij geen lucht meer kreeg en stikte...

Maar toen de winnaar Cycnus zijn wapenrusting wilde ontnemen, bleek die leeg te zijn! Neptunus had Cycnus in een zwaan veranderd die nu nog steeds die naam draagt.