Terug naar het keuzemenu van de beginletters van de spreuken

500 SENTENTIAE: T

TACITUM VIVIT SUB PECTORE VULNUS

Vergilius; Aeneïs IV 67

De verzwegen wonde leeft (schrijnt) diep in haar hart

TAM ARTE QUAM MARTE

Zowel door list als geweld

TANTAE MOLIS ERAT

Vergilius; Aeneïs I 33

Zo'n geweldig werk was het

TEMPORA MUTANTUR, NOS ET MUTAMUR IN ILLIS

De tijden veranderen, wij veranderen ook in die tijd

TEMPUS EDAX RERUM

Ovidius; Metamorphoses XV 234

De tijd die alles verslindt (vernielt)

TIMEO HOMINEM UNIUS LIBRI

Ik vrees een man van één boek

TRAHIT SUA QUEMQUE VOLUPTAS

Vergilius; Bucolica II 65

Ieder diertje zijn pleziertje

TU MARCELLUS ERIS

Vergilius; Aeneïs VI 883

Jij zult Marcellus zijn (gezegd tegen iemand van wie men hoge verwachtingen koestert)

Terug naar het keuzemenu van de beginletters van de spreuken