Terug naar "De keizerlijke familie"

Agrippina minor

Julia Agrippina ('Agrippina minor'), geboren op 6 november 15 na Christus in Oppidum Ubiorum - dat in 50 haar naam kreeg: Colonia Agrippinensis (thans Keulen) - als oudste dochter van Germanicus en Agrippina maior. Zij was knap en intelligent, maar mateloos eerzuchtig en wreed.

Agrippina huwde eerst (in 28) met Gnaeus Domitius Ahenobarbus; hun zoon was de latere keizer Nero.

In 39 door haar broer keizer Caligula verbannen, werd zij door Claudius teruggeroepen, waarna ze huwde met de schatrijke Passienus Crispus, die ze echter spoedig liet doden.

Met de steun van Pallas en anderen wist ze na de terechtstelling van keizerin Messalina in 49 de echtgenote te worden van haar oom, keizer Claudius. Deze overheerste ze volledig: ze deed hem in 50 Nero adopteren ten nadele van zijn eigen zoon Britannicus en in 54 liet ze Claudius (zo wordt algemeen aangenomen) vergiftigen.

Haar pogingen om tijdens de regering van Nero haar macht te behouden brachten deze ertoe zijn moeder om het leven te laten brengen (Baiae, 59). Volgens Tacitus schreef Agrippina een autobiografie.

Ook van Agrippina minor zijn veel afbeeldingen bewaard gebleven, onder meer de prachtige kop in het Ny Carlsberg Museum te Kopenhagen en de kolossale kop op het Forum Traiani te Rome. Ook op munten uit de tijd van Claudius en Nero komt Agrippina veel voor.

Terug naar "De keizerlijke familie"