Terug naar het schematisch overzicht

64
Lucio Iulio Caesare Caio Marcio Figulo consulibus

Cicero's twee belangrijkste rivalen voor het ambt van consul waren Lucius Sergius Catilina en Caius Antonius Hybrida, die als populares steun kregen van Caesar en Crassus. Cicero besefte dat hij alle hulp zou kunnen gebruiken die hij kon krijgen en vroeg Atticus (die toen al twintig jaar in Athene leefde) om naar Rome te komen en hem de steun te bezorgen van Pompeius' vrienden. Terzelfder tijd verontschuldigde Cicero zich tegenover Atticus omdat hij Atticus' oom Caecilius niet kon verdedigen in een proces tegen Aulus Caninius Satrius omdat hij noch Caninius, noch diens patronus Lucius Domitius Ahenobarbus voor het hoofd wenste te stoten; die hadden Cicero namelijk al geholpen bij zijn stemmenwerving... Cicero overwoog zelfs even de verdediging van Catilina op zich te nemen die beschuldigd werd van afpersing, om een coalitie met Catilina te kunnen sluiten met het oog op de verkiezingen voor het ambt van consul. Dit ging niet door, maar Catilina werd toch vrijgesproken doordat zijn aanklager Publius Clodius (in afspraak met Catilina) de aanklacht niet echt hard maakte en doordat de juryleden massaal waren omgekocht.

In 64 hield Cicero zich bijna uitsluitend bezig met stemmenwerving voor het ambt van consul. Zijn enige - verloren gegane - toespraak (in senatu in toga candida contra C. Antonium et L. Catilinam competitores) was een felle aanval in de senaat op zijn concurrenten Catilina en Antonius; die hadden een poging van Cicero tegengewerkt om verkiezingsbedrog in de toekomst te voorkomen. Van het jaar 64 zijn er geen brieven omdat Atticus was ingegaan op het verzoek om hulp van Cicero en naar Rome was teruggekeerd.

Cicero won de verkiezingen vrij gemakkelijk doordat in Rome het gerucht de ronde deed dat Catilina een staatsgreep voorbereidde. Dat gerucht bracht zelfs de koppigste en meest verwaande tegenstanders van de zo misprezen homo novus Cicero ertoe om te stemmen voor de Arpinaat als hun enige hoop om recht en orde in Rome te handhaven. Cicero's collega werd Caius Antonius, die het met enkele stemmen haalde op Catilina. 

Terug naar het schematisch overzicht