Terug naar het schematisch overzicht

52
Cnaeo Pompeio Magno consule / Cnaeo Pompeio Magno Quinto Caecilio Metello Pio Scipione consulibus

Rome werd - alweer - overheerst door chaos gedurende de winter 53-52; oorzaak waren - alweer - de intriges van de kandidaat-consuls Quintus Caecilius Metellus Pius Scipio, Publius Plautus Hypsaeus en Titus Annius Milo. Die laatste hernieuwde zijn straatgevechten met de bende van Publius Clodius die zelf het ambt van praetor ambieerde. Op 17 januari werd Publius Clodius Pulcher gedood door gladiatoren uit het gevolg van Milo op de Via Appia nabij Bovillae. Zijn lichaam werd door een roerige menigte van zijn aanhangers op het forum verbrand, waarbij - opzettelijk of per ongeluk - het vuur van de brandstapel oversloeg naar curia Hostilia die in de vlammen opging.

In de daaropvolgende vergaderingen van de senaat speelden zich stormachtige scènes af. Felle aanvallen van verwanten van Clodius op Milo werden beantwoord door Cicero en Marcus Caelius Rufus. Tenslotte vaardigde de senaat een senatus consultum ultimum uit en deed een beroep op de interrex, op de tribunen en op Pompeius om de veiligheid te garanderen. Zo mocht Pompeius, die al beschikte over aanzienlijke troepen (voor militaire dienst in Spanje), de hele mannelijke bevolking van Italië aan zich binden door een eed van trouw aan hem persoonlijk.

Milo ging doodgemoedereerd verder met stemmenwerving voor zijn ambt van consul, wat de spanning in de stad en in de vergaderingen van de senaat ten top dreef. Tenslotte stelden Marcus Calpurnius Bibulus en Marcus Porcius Cato voor dat Pompeius zou verkozen worden tot enige consul, consul sine collega; deze verkiezing ging door de vierentwintigste dag van de mensis intercalaris (de maand die tussen februari en maart was ingelast): Pompeius was nu zo goed als dictator geworden... Hij mocht bovendien zijn provincie behouden en ze, zoals tevoren, besturen via legaten.

Pompeius had eindelijk de juridisch onderbouwde positie waar hij zo lang van gedroomd had; hij was de senaat uitermate dankbaar, wat tot een verwijdering leidde tussen hem en Caesar. Dat bleek onder meer uit zijn weigering om zich opnieuw door een huwelijksband aan Caesar te binden en uit zijn huwelijk met Cornelia, dochter van Quintus Caecilius Metellus Pius Scipio. Deze schoonvader zou Pompeius' collega in het ambt van consul worden gedurende de laatste vijf maanden van 52.

Pompeius drukte nu een aantal maatregelen door met verstrekkende gevolgen. Wetten de vi (die geweldpleging beteugelde) en de ambitu (tegen omkoperij bij verkiezingen) voorzagen in een snellere berechting en strengere straffen. Een wet de iure magistratuum voerde opnieuw de bepaling in dat elke kandidaat voor een ambt persoonlijk in Rome zijn kandidatuur moest komen stellen. Een wet de provinciis voorzag in een periode van vijf jaar tussen een ambt in Rome en het uitoefenen van een gouverneurschap in een provincie.

De eerste wetten wilden een halt toeroepen aan de immer groeiende corruptie en aan het oncontroleerbaar geworden geweld voor en tijdens de verkiezingen. De tweede wet was duidelijk tegen Caesar gericht, terwijl de derde wet - voor zover we weten - nooit in de praktijk werd gebracht. Maar door die laatste wet had de senaat wel het recht gekregen op om het even welk ogenblik een vervanger te sturen naar Gallië en Caesar terug te roepen zodra zijn wettelijke ambtstermijn verstreken was. Bovendien moest Caesar, op grond van de tweede wet, persoonlijk naar Rome komen om zijn kandidatuur voor het ambt van consul in te dienen; dus moest hij de bescherming van zijn leger verlaten en het risico lopen in Rome voor de rechtbank te worden gedaagd... Op de koop toe hadden de wetten de vi en de ambitu een terugwerkende kracht tot 70, zodat Caesars acties in 60-59 onder deze wetten vielen...

Pompeius was wel de laatste om zich aan zijn eigen wetten te storen. Hij liet zich een nieuwe ambtsperiode als proconsul voor vijf jaar stemmen, tegen zijn wet de provinciis in. Hij keurde een voorstel van de tien volkstribunen goed dat ertoe strekte voor Caesar een uitzondering te maken in verband met de persoonlijke aanwezigheid in Rome om zijn kandidatuur te stellen voor het ambt van consul: Caesar mocht van Pompius zijn kandidatuur stellen in absentia... Toen fanatieke optimaten hem erop wezen dat dit onmogelijk was geworden door zijn eigen wet de iure magistratuum, liet hij in die wet een paragraaf toevoegen die Caesar alsnog dit voorrecht schonk... Zelfs Cicero keurde deze paragraaf goed, hoewel hij zich later realiseerde hoe fataal hij was. Tenslotte verkrachtte Pompeius ook zijn wetten de vi en de ambitu door Titus Munatius Plancus Bursa, een volkstribuun in 52 die zich had schuldig gemaakt aan opruiing (overtreding van de lex de vi), openlijk in bescherming te nemen op zijn proces, en door te beletten dat zijn schoonvader Scipio kon vervolgd worden wegens overtreding van de lex de ambitu...

Begin april was Milo beschuldigd van moord (overtreding van de lex de vi) door Appius Claudius Pulcher, Publius Valerius Nepos en Marcus Antonius. Het forum zag zwart van de soldaten die erop moesten toezien dat het plebs geen ongeregeldheden kon veroorzaken. Cicero had zich krom gewerkt aan een verdedigingsrede voor Milo maar kreeg het zo op zijn heupen van de aanwezigheid van de militairen dat hij zijn redevoering moest stopzetten voor ze goed en wel op gang gekomen was. Milo was de klos: hij werd veroordeeld met 38 stemmen tegen 13 en ging in ballingschap naar Massilia. Toen hij daar later het schitterend pleidooi (Oratio pro Tito Annio Milone) in handen kreeg dat Cicero naar hem had opgestuurd, zei hij dat het maar goed was dat Cicero die redevoering niet had uitgesproken, anders had hij nooit geweten hoe lekker de zeebarbelen in Massilia waren...

Cicero had meer succes met de verdediging van Marcus Saufeius, de aanvoerder van het gevolg van Milo (waarvan enkele gladiatoren Clodius op de Via Appia vermoord hadden); hij slaagde erin Saufeius te laten vrijspreken voor elk van de aanklachten die tegen hem waren ingediend. Marcus Caelius Rufus stond Cicero in al deze zaken terzijde.

Cicero kon ook Titus Munatius Plancus Bursa laten veroordelen (de volkstribuun die een groot aandeel had gehad bij de relletjes die volgden op Clodius' dood), ondanks de poging van Pompeius om Plancus via een geschreven lofrede te redden. Hetzelfde lot (veroordeeld worden) ondergingen nog andere Clodianen, waaronder Sextus Clodius. Cicero had het erg druk met zijn activiteiten als advocaat en vond ontspanning in zijn literaire activiteiten: het schrijven van De optimo genere oratorum en zijn De legibus.

In Gallië brak er een algemene opstand uit onder leiding van Vercingetorix, de koning van de Arverni. Zijn eerste plan was Caesar te beletten zich opnieuw vanuit Gallia Cisalpina bij zijn legioenen te vervoegen. Caesar reisde evenwel zo snel door de besneeuwde Cebenna dat hij Vercingetorix voor was. Een tweede plan voorzag in de verwoesting van het land om de Romeinen uit te hongeren. Een stad werd echter intact gelaten, Avaricum, en Caesar aarzeldeniet: hij bestormde Avaricum en nam het in.

Toen Caesar optrok tegen de Arverni, werd hij opgehouden bij Gergovia, een bijna niet in te nemen vesting. Een opstand van de Haedui dwong Caesar Labienus terug te roepen van de Sequana en terug te plooien naar het zuiden. Vercingetorix viel hem aan maar werd teruggeslagen en sloot zich op in Alesia. Onmiddellijk legde Caesar een dubbele gordel forten rond die vesting, een tegen Alesia zelf en een tegen het Gallische ontzettingsleger. Alle pogingen om Caesar klein te krijgen mislukten, waarop het ontzettingsleger ontbonden werd en Vercingetorix zich overgaf. Dat was het einde van de laatste grote Gallische opstand.

In het oosten hadden de Romeinen Armenia en Mesopotamia verloren door de nederlaag van Crassus, maar de Parthen maakten geen aanstalten om de Romeinen aan te vallen. Dat stelde Caius Cassius (een legaat van Crassus die het bevel had overgenomen) in staat wat restte van het leger van Crassus te verzamelen en een joodse opstand neer te slaan die veroorzaakt was door de plundering van de joodse tempel door Crassus in 54. 

Terug naar het schematisch overzicht